Boekgegevens
Titel: Het lager onderwijs in betrekking tot de staatsinrigting: eene beoordelende beschouwing van het tegenwoordige onderwijs ...: staatslieden ter overweging, onderwijzers ter behartiging aanbevolen
Auteur: Graser, Johann Baptist
Uitgave: Leyden: D. du Mortier en zoon, 1844
Opmerking: Vert. van: Das Verhältniss der Elementarschule zur Politik der Zeit
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1169 D 21
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204333
Onderwerp: Onderwijs: onderwijssystemen, onderwijsinstellingen: algemeen
Trefwoord: Onderwijsstelsels, Lager onderwijs, Staat (politicologie)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het lager onderwijs in betrekking tot de staatsinrigting: eene beoordelende beschouwing van het tegenwoordige onderwijs ...: staatslieden ter overweging, onderwijzers ter behartiging aanbevolen
Vorige scan Volgende scanScanned page
.312
maakt voor het outvangen van deigehjkc indrukken op
verbeeldingskracht en gemoed.
254.
Wij hebben het nu beproefd, de voortreffelijke uit-
werking van de methode op den laatsten trap te prij-
zen cn aan te bevelen; maar, vernemen wij daarbij
niet deze aanmerking van het verouderde schoolmecs-
terdom: » Zulk eene vorming der leerlingen, als boven
werd aangewezen, is in 't geheel niet noodzakelijk
voor den leerling eener lagere school; ja zij is nut-
teloos en overdreven!" A'^oorzeker hebben de voorstan-
ders van zulke bekrompene scholen gelijk, indien zij
die voorstelling van eene volkomene vorming door dc
school alleen uit het oogpunt van de verbrokkelde kun-
digheden opvatten, zoo als de verlichtingsscholen die
mededeelcn. Doch, wanneer zij de grondstellingen van
de voorgedragene onderwijs-methode behoorlijk bevat-
ten, in welke niet slechts het doel van het onder-
wijs duidelijk is bepaald, maar tevens de grenzen
naauwkeurig zijn aangewezen; dan kmmen zij onmoge-
lijk zulke taal voeren.
Maar wij moeten op dc tegenwerping antwoorden:
Wanneer het onderwijs ook al niet overdreven is, dan
is het toch gansch onnut voor de gewone lagere scho-
len?
Daartegen vraagt men nu: Moet dan een mensch,
al behoort hij ook tot de mindere volksklasse, niets
vernemen en leeren kennen van de eindelooze Schepping
Gods ? — Moet ook zelfs een eenvoudig Christen niets
vemetnen aangaande zijne broeders, die aan gindsche
sijde der zee wonen? — Moet hij niets te weten komen
van den t^urigcn toestand van zoo vele duizenden van