Boekgegevens
Titel: Het lager onderwijs in betrekking tot de staatsinrigting: eene beoordelende beschouwing van het tegenwoordige onderwijs ...: staatslieden ter overweging, onderwijzers ter behartiging aanbevolen
Auteur: Graser, Johann Baptist
Uitgave: Leyden: D. du Mortier en zoon, 1844
Opmerking: Vert. van: Das Verhältniss der Elementarschule zur Politik der Zeit
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1169 D 21
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204333
Onderwerp: Onderwijs: onderwijssystemen, onderwijsinstellingen: algemeen
Trefwoord: Onderwijsstelsels, Lager onderwijs, Staat (politicologie)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het lager onderwijs in betrekking tot de staatsinrigting: eene beoordelende beschouwing van het tegenwoordige onderwijs ...: staatslieden ter overweging, onderwijzers ter behartiging aanbevolen
Vorige scan Volgende scanScanned page
.308
vormden leerling aan, om met een' koenen blik zich over
de zeeën te verplaatsen, aan welker grenzen wij juist
waren tegengehouden, en zich ook ginds nog menschen
en volken te denken, die onder de bescherming des
Allerlioogsten bestaan, en uit dien hoofde, zoo wel
als wij, Zijne kinderen, en mitsdien onze broeders
zijn. Hij laat hen uit datgene, wat hij zoo dikwerf
hoorde verhalen en bespreken, te weten van de on-
verschrokken zeevaarders, die het wagen om naar die
over zee gelegene landen te stevenen, ten einde van
daar schatten van allerlei soort te halen, de gevolg-
trekking maken, dat wij met de aldaar levende vol-
ken reeds in wederkcerige betrekkingen zijn getreden.
Hij vestigt hunne aandacht op al datgene, wat deze
betrekking bewerkte en doet voortduren, namelijk,
het aanwezen van al die kostbare voortbrengsels voor
het genot des levens, het onderhoud des levens en
de veraangenaming des levens, welke ons uit die verre
landen worden aangebragt. Hij wekt de weetgierigheid
van den bereids voor hoogere belangen gestemden
leerling op tot het opwerpen van de vraag: van
welken omvang die landen zijn, hoedanig zij afzonder-
lijk en in verband met elkander bestaan, en stemt
zijne ziel, door het voorhouden van eene Globe, of
Wereldkaart, tot eene vreugdevolle bewondering over
de erlangde kennis van de grootte en den vorm on-
zer aarde, als gemeenschappelijke — woonplaats van
alle menschelijke wezens. Hij toont hem op de aftce-
kening de natuurlijke verdeeling aan; hij stelt den
weetgierigen leerling al dat groote, voortreffelijke en
uitstekendp voor oogen, wat die landen in ieder, van
de rijken der natuur opleveren, llij maakt in hun ge-