Boekgegevens
Titel: Het lager onderwijs in betrekking tot de staatsinrigting: eene beoordelende beschouwing van het tegenwoordige onderwijs ...: staatslieden ter overweging, onderwijzers ter behartiging aanbevolen
Auteur: Graser, Johann Baptist
Uitgave: Leyden: D. du Mortier en zoon, 1844
Opmerking: Vert. van: Das Verhältniss der Elementarschule zur Politik der Zeit
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1169 D 21
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204333
Onderwerp: Onderwijs: onderwijssystemen, onderwijsinstellingen: algemeen
Trefwoord: Onderwijsstelsels, Lager onderwijs, Staat (politicologie)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het lager onderwijs in betrekking tot de staatsinrigting: eene beoordelende beschouwing van het tegenwoordige onderwijs ...: staatslieden ter overweging, onderwijzers ter behartiging aanbevolen
Vorige scan Volgende scanScanned page
.306
maal de leerling derzelver zin en beteekenis, geiijk
hij ze in de vorige oefeningen, ouder de hulp en de
leiding van den onderwijzer, heeft opgevat, die thans
door zieh zelven moet terug geven, en wel met aeht-
geving op het passende van de uitdrukking en de
juistheid van de zamenstelling van de voorstellen.
§. 252.
Lat bij deze oefening niet slechts de grondige ken-
nis der moedertaal zeer bevorderd, de opscherping van
de oordeelskracht meer bijzonder bewerkt, cn de
vaardigheid, om zich te kunnen uitdrukken, vermeer-
derd wordt; maar dat ook voornamelijk de verkregene
kennis van het onderling verband der Europésche Sta-
ten , onder een godsdienstig gezigtspunt geplaatst, zoo
als zulks gedaan werd, voor den leerling eene hoogst
nuttige kennis wordt bereid, zal ieder toestemmen,
die den gang van het methodische onderrigt in de
verhandelde levensbetrekking, hoe wel dan ook in
losse trekken geschetst, met eenige opmerkzaamheid
heeft nagegaan. Om die reden kunnen wij dan ook
deze Beschouwing niet eindigen, dan na alvorens ook
den geest van de ware methode van het aanvankelijke
ondervcijs en het gewigt van haren weldadigen invloed
op de groote belangen van den tijd, aan het slot van
den geschetsten gang van het ondencijs, eenigzins meer
bepaald en in het oogloopend voor te stellen.