Boekgegevens
Titel: Het lager onderwijs in betrekking tot de staatsinrigting: eene beoordelende beschouwing van het tegenwoordige onderwijs ...: staatslieden ter overweging, onderwijzers ter behartiging aanbevolen
Auteur: Graser, Johann Baptist
Uitgave: Leyden: D. du Mortier en zoon, 1844
Opmerking: Vert. van: Das Verhältniss der Elementarschule zur Politik der Zeit
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1169 D 21
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204333
Onderwerp: Onderwijs: onderwijssystemen, onderwijsinstellingen: algemeen
Trefwoord: Onderwijsstelsels, Lager onderwijs, Staat (politicologie)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het lager onderwijs in betrekking tot de staatsinrigting: eene beoordelende beschouwing van het tegenwoordige onderwijs ...: staatslieden ter overweging, onderwijzers ter behartiging aanbevolen
Vorige scan Volgende scanScanned page
18
de Kerk moet worden verwacht, die hierin ook maar
alleen kan helpen.
Wat zullen zij nu van den nieuwen druk van dit
werk zeggen, als zij thans op het titelblad lezen: do
oiivcrinijdolijke noodzakelijkheid der hervorming van het
onderwijs ? Ter zoo veel mogelijke vermijding van alle
rooroordeelen, en van alle misverstand, worden nu de
volgende ophelderingen vooruit gezonden.
Men heeft niet zoozeer bepaaldelijk willen beweren, dat
de (hooger geplaatste) mannen van het vak geen beginsel
ran'ondcrwijs, en wel zoo min voor de verschillende onder-
werpen ran onderwijs, als voor de wijze, toaarop het
behoort te worden gegeven, in hun bezit hadden; dan
wel, dat daar, waar dergelijk beginsel niet werkzaam
is, geene gewenschte vorming en opleiding door middel
ran de school kan worden verkregen. Dit moest, naar
men oordeelt, geen wijdloopig beicijs behoeven; want de
natuurkundige grondstelling, dat er zonder oorzaak gee-
ne uitwerking mogelijk is, is zoo wel in het ziel - als
zedekundige van toepassing.
Er is voorts beweerd, dat, wanneer geen bepaald grond-
beginsel uitgedrukt, of in het onderwijsplan te vinden
is, het zedelijk vermoeden niet kan worden bestreden,
dat er "-een heerschend beginsel voor het onderwijs is
aangenomen, althans niet het ware beginsel, te weten
datgene, hetwelk het onderwijs voor het leven zich ten
doel stelt.
' Er is eindelijk nog staande gehouden, dat, bij gebrek
aan zulk beginsel, en inzonderheid aan de door hetzelve
bestuurde methode van onderwijs, geen heilzaam onder-
rigt voor het leven kan worden medegedeeld. Tegen het-