Boekgegevens
Titel: Het lager onderwijs in betrekking tot de staatsinrigting: eene beoordelende beschouwing van het tegenwoordige onderwijs ...: staatslieden ter overweging, onderwijzers ter behartiging aanbevolen
Auteur: Graser, Johann Baptist
Uitgave: Leyden: D. du Mortier en zoon, 1844
Opmerking: Vert. van: Das Verhältniss der Elementarschule zur Politik der Zeit
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1169 D 21
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204333
Onderwerp: Onderwijs: onderwijssystemen, onderwijsinstellingen: algemeen
Trefwoord: Onderwijsstelsels, Lager onderwijs, Staat (politicologie)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het lager onderwijs in betrekking tot de staatsinrigting: eene beoordelende beschouwing van het tegenwoordige onderwijs ...: staatslieden ter overweging, onderwijzers ter behartiging aanbevolen
Vorige scan Volgende scanScanned page
.305
ïhans is de onderwijzer op de hoogte gekomen,
waar hij den leerling kan opwekken tot het schrijven
van zijne eigene Spraakkunst, doordien hij hem onop-
houdelijk vragen voorstelt, welke hij, ingevolge zijne
tot dusverre practisch opgedane spraakkennis , alle kan ,
en moet kunnen, beantwoorden. Die vragen hebben nu
betrekking op de looordcoeging, met opzigt tot de ver-
andering in de naamvallen. Daarbij wordt nu ook bij-
zonder op het meerder of minder gebruikelijke van de
spreekwijze acht gegeven.
Bij dit zelfonderwij zend theoretisch taalonderrigt heeft
wel bijzonder het voordeel plaats, dat de leerling steeds
tot zijn vroeger practisch beoefend onderwijs in de taal
moet terugkomen.
De vraag is nu maar, wat eigenlijk tot stof der
oefening moet gebezigd worden? Antw. De leerling
moet het eigenaardige van de in zijne moedertaal ge-
bruikelijke denk- en spreekwijze leeren kennen. Daar-
toe hebben wij reeds op den vorigen trap de inland-
sche spreekwoorden te baat genomen. Deze zullen ook
hier eene zeer ta waarderen stof opleveren. Wij kun-
nen er tevens de verklaring aan verbinden van spreu-
ken uit de Heilige Schrift.
De practische oefening bestaat nu daarin, dat van
den leerling zeiven de opheldering ' wordt verlangd,
ten einde hij zich zoude oefenen in de bepaling van
den zin zoo wel, als in de juistheid van uitdruk-
king.
Langs dezen weg geeft de onderwijzer in de eerste
plaats niet alleen eene herhaling van de vroeger reeds
behandelde spreekwoorden en spreuken, maar prent
den indruk daarvan tevens dieper in de ziel, nade-