Boekgegevens
Titel: Het lager onderwijs in betrekking tot de staatsinrigting: eene beoordelende beschouwing van het tegenwoordige onderwijs ...: staatslieden ter overweging, onderwijzers ter behartiging aanbevolen
Auteur: Graser, Johann Baptist
Uitgave: Leyden: D. du Mortier en zoon, 1844
Opmerking: Vert. van: Das Verhältniss der Elementarschule zur Politik der Zeit
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1169 D 21
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204333
Onderwerp: Onderwijs: onderwijssystemen, onderwijsinstellingen: algemeen
Trefwoord: Onderwijsstelsels, Lager onderwijs, Staat (politicologie)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het lager onderwijs in betrekking tot de staatsinrigting: eene beoordelende beschouwing van het tegenwoordige onderwijs ...: staatslieden ter overweging, onderwijzers ter behartiging aanbevolen
Vorige scan Volgende scanScanned page
.304
opzigt namelijk, dat alle Volken en Regenten haar huldigen
en zij met haren niet te versmaden band allen omslingert.
§. 231.
Hetgeen intusschen alle kennis de meeste duidelijk-
heid, het oordeel de grootste juistheid en der vor-
ming de diepste grondigheid verschaft, dat is ook
hier het onderwijs in de moedertaal.
De aanleiding tot de bijzondere behandeling derzelve
wordt den leerling gegeven door de opmerking, dat
elk van de vreemde volken zich van de andere ook
dóór hare eigene taal onderscheidt.
Deze opmerking staat eenigermate ons hoofddenkbeeld
van het onderwijs in den weg, te weten, dat wij
ook met deze menschen en landen in betrekking st.ian.
De onderwijzer lost echter deze zwarigheid bij den
leerling door eene andere mededeeling op, namelijk,
dat de Duitsche taal bij al die volken in hooge ach-
ting staat, zoodat hunne geleerden en kooplieden de-
zelve trachten aan te leeren. De gevolgtrekking wordt
door den leerling zelven gemaakt: derhalve kan men
in het noodige geval ook in de moedertaal aan hen
schrijven. Indien zulks nu het geval zal wezen, wat
hebben wij alsdan in acht te nemen ? Wij moeten
er op bedacht zijn, dat wij goed en zuiver onze taal
schrijven. — Verdere gevolgtrekking: wij behooren
onze taal naauwkeurig te kennen (1).
(1) De wijzigingen, weike al dergelijke punten in de toe-
passing moeien ondergaan , vallen van zelve in het oog. Wij
hebben ook dit gedeelte behouden, even als het op Duitsch-
land, als Staten-Terbond, betrekking hebbende, in vorige af-
deelingen , alzoo wij des Schrijvers denkbeelden onveranderd
verlangden mede te deelen. ^