Boekgegevens
Titel: Het lager onderwijs in betrekking tot de staatsinrigting: eene beoordelende beschouwing van het tegenwoordige onderwijs ...: staatslieden ter overweging, onderwijzers ter behartiging aanbevolen
Auteur: Graser, Johann Baptist
Uitgave: Leyden: D. du Mortier en zoon, 1844
Opmerking: Vert. van: Das Verhältniss der Elementarschule zur Politik der Zeit
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1169 D 21
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204333
Onderwerp: Onderwijs: onderwijssystemen, onderwijsinstellingen: algemeen
Trefwoord: Onderwijsstelsels, Lager onderwijs, Staat (politicologie)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het lager onderwijs in betrekking tot de staatsinrigting: eene beoordelende beschouwing van het tegenwoordige onderwijs ...: staatslieden ter overweging, onderwijzers ter behartiging aanbevolen
Vorige scan Volgende scanScanned page
.301
ken onderling moei plaats hebben. Tot dit einde kan
aangehaald worden de opdragt aan de Apostelen:
» Gaat en onderwijst alle Volken, en doopt hen in
den naam enz." — xt Ik zal bij IJ zijn tot aan het
einde der wereld." — » Het zal nog één Uerder en één
schaapsstal worden," en dergelijke. De vraag: of dan
ook niet de gezamentlijke Staten, die deze heilige Leer
belijden, bereid zullen zijn om dezelve, met betrekking
tot het bedoelde punt, ook na te komen? moet na-
tuurlijk bevestigend worden beantwoord. Maar deze
vraag: of en hoe het kan geschieden ? stelt den on-
derwijzer in staat, den leerling eene hiertoe betrekke-
lijke onderrigting nopens de gezantschappen te geven,
ten einde hij ook, tot zijn eigen nut, een begrip er-
lange van den aard en de betrekkingen der Gezanten,
en deze raet zijne overige moralische levenskennis
late ineenvloeijen (1).
(1) Deze eisch vaa hel schoolonclerwijs voor het leven
strekt welligt menigeen tot^ aanstoot, daar men vragen zal :
waartoe dient het Volk een onderwijs over de gezantschap-
pen ? Hier vertoont zich, helaas, op nieuw de kortzigtigheid
van de mannen van het onderwijs. Zij zien niets dan de
leervakken, die bij de wet zijn voorgeschreven , of door de
gewoonte worden aanbevolen. Maar hoe het onderwijs in die
vakken in betrekking staat tot de behoeften van den tijd ,
dat zien, dat vermoeden en dat beselTen zij niet; want al
hun peinzen is enkel gerigt op den aard en de wijze, hoe —
deze vakken gemakkelijk kunnen onderwezen , of hoedanig de
denkoefeningen daarbij . kunnen te pas gebragt worden. De
vraag: lloe sirenen wij der opleiding en vorming te gemoet,
welke onze leeftijd verlangt? ligt op grooten afstand van hun-
ne overwegingen. Uit dien hoofde kruipt ook die soort van
Tcrlichling, welke de booie geest van onzen tijd onder de