Boekgegevens
Titel: Het lager onderwijs in betrekking tot de staatsinrigting: eene beoordelende beschouwing van het tegenwoordige onderwijs ...: staatslieden ter overweging, onderwijzers ter behartiging aanbevolen
Auteur: Graser, Johann Baptist
Uitgave: Leyden: D. du Mortier en zoon, 1844
Opmerking: Vert. van: Das Verhältniss der Elementarschule zur Politik der Zeit
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1169 D 21
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204333
Onderwerp: Onderwijs: onderwijssystemen, onderwijsinstellingen: algemeen
Trefwoord: Onderwijsstelsels, Lager onderwijs, Staat (politicologie)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het lager onderwijs in betrekking tot de staatsinrigting: eene beoordelende beschouwing van het tegenwoordige onderwijs ...: staatslieden ter overweging, onderwijzers ter behartiging aanbevolen
Vorige scan Volgende scanScanned page
.300
welke kennis de leerling intusschen weder door zieh
zelven moet erlangen eh zich eigen maken.
Na dit tusscheninvallend onderrigt komt men we-
der tot de voorname vraag: In welke betrekking staan
nu al die Staten wel tot elkander, en alle te zamen
tot ons Vaderland? Het antwoord hierop is gegeven in
de kennis van de betreldcing der Buitsche Landen tot
Duitschland. Intusschen komt bij den leerling de be-
denking op: of ook daarvoor eene algemeene Regering
aanwezig is, aan welke de leiding van de noodige
overeenstemming en eendragt van alle afzonderlijke per-
sonen is opgedragen? Het ontkennende antwoord des
onderwijzers biedt de gelegenheid aan, om het onder-
wijs, in deszelfs voortgang, tot zijn meest belangrijk
en meest gewigtig punt terug te brengen, — tot het
punt, waar den leerling onze heilige Godsdienst in
haren schoonsten luister verschijnt, alzoo het Evange-
lie zich daarstelt als de wet voor het verhond tusschen
alle Volken, en Jezus als onzen algemeenen Heer en
Bestuurder in ons midden als vertegenwoordigt.
Het terugbrengen van den leerling tot het denk-
beeld , dat al die Staten door Christenen bewoond
worden (het Turksche Rijk wordt als hoofdzakelijk
tot Azië behoorende aangenomen), geeft aanleiding tot
de herhaalde en nu gewijzigde vTaag: Iloe betaamt
het, dat de Christenen zich jegens elkander gedragen —
als Christenen?
Om hierop een bepaald antwoord te geven, wordt
thans eene indrukmakende zamenvatting gegeven van
de Christelijke zedeleer, en worden er spreuken uit
de Heilige Schrift aangehaald, welke den wil onzes
Heeren uitdrukken, dat zulk eene vereeniging der Vel-