Boekgegevens
Titel: Het lager onderwijs in betrekking tot de staatsinrigting: eene beoordelende beschouwing van het tegenwoordige onderwijs ...: staatslieden ter overweging, onderwijzers ter behartiging aanbevolen
Auteur: Graser, Johann Baptist
Uitgave: Leyden: D. du Mortier en zoon, 1844
Opmerking: Vert. van: Das Verhältniss der Elementarschule zur Politik der Zeit
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1169 D 21
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204333
Onderwerp: Onderwijs: onderwijssystemen, onderwijsinstellingen: algemeen
Trefwoord: Onderwijsstelsels, Lager onderwijs, Staat (politicologie)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het lager onderwijs in betrekking tot de staatsinrigting: eene beoordelende beschouwing van het tegenwoordige onderwijs ...: staatslieden ter overweging, onderwijzers ter behartiging aanbevolen
Vorige scan Volgende scanScanned page
.298
«Is wij met dc Luiten hetzelve levenden in betrek-
king staan, vindt ook hier eene voorname toepassing.
En juist daaruit vloeit nu de gevolgtrekking voort,
dat, hoe meer verwijderd onze betrekking en de aan-
raking met gindsche bewoners is, des te beperkter
onze kennis van dezelve moet wezen.
De leerling der élémentaire school behoeft van de
ons omringende landen niet meer te leeren kennen,
dan hunne namen, hunne ligging, hunne grenzen,
hunne regeringsvormen in het algemeen, hunne hoofd-
steden, hunne voornaamste voortbrengselen der natuur,
of van nijverheid en kunst, dewijl wij enkel met opzigt
tot deze voorwerpen met hen in betrekking komen.
Eene uitgestrektere kennis van elk dezer landen is
eene zonde tegen de wet, dat het onderwijs voor
het leven moet gegeven worden, en eene hoogst te
berispen inspanning van het jeugdig .geheugen, niet
minder dan eene onverantwoordelijke tijdverkwisting.
Maar, dewijl de onderwijzers, uit gebrek aan ken-
nis van het onderwijs voor het leven, in het aardrijks-
kundig onderrigt geene grenzen hebben, en eenvoudig
den leiddraad van een leerboek volgen, kunnen zij
nog des te minder de doeltreffende wijze van de be-
handeling dezer leerstof voor het onderwijs kennen en
in het oog houden: zij geven zoo veel op te leeren,
als zij vertneenen, dat hunne leerlingen kunnen en
moeten leeren.
§. 245.
Hoe nu de aardrijkskundige kennis door den leerling
zeiven moet en kan worden verkregen, is door de voor-
stelling der methode reeds in den voorgedragen' gang
genoegzaam aangewezen.