Boekgegevens
Titel: Het lager onderwijs in betrekking tot de staatsinrigting: eene beoordelende beschouwing van het tegenwoordige onderwijs ...: staatslieden ter overweging, onderwijzers ter behartiging aanbevolen
Auteur: Graser, Johann Baptist
Uitgave: Leyden: D. du Mortier en zoon, 1844
Opmerking: Vert. van: Das Verhältniss der Elementarschule zur Politik der Zeit
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1169 D 21
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204333
Onderwerp: Onderwijs: onderwijssystemen, onderwijsinstellingen: algemeen
Trefwoord: Onderwijsstelsels, Lager onderwijs, Staat (politicologie)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het lager onderwijs in betrekking tot de staatsinrigting: eene beoordelende beschouwing van het tegenwoordige onderwijs ...: staatslieden ter overweging, onderwijzers ter behartiging aanbevolen
Vorige scan Volgende scanScanned page
.297
steeds uitsluitend diegenen worden voorgehouden,
waarvan de inhoud door den leerling op dezen trap
van vordering kan begrepen worden en met zijne ove-
rige kundigheden te zamen vloeijen.
§. 243.
Op deze wijze stelt de methode zich in veiligheid
tegen het verdiend verwijt, hetwelk de boven berispte
leesboeken treft, dat zij, namelijk, ook spreekwoorden
onder hunne leesoefeningen opnemen, waarvan de
beteekenis door de hellingen, op de hoogte, waarop hun-
ne otitwikkeling staat, niet kan begrepen worden, en —
dat zij dezelve, zonder behoorlijke keuze met opzigt
tot het doel der vorming van den jeugdigen mensch,
op elkander laten volgen (1).
(J. 244.
Ingevolge ons leerplan, schict ons nu nog over het
leeren kennen van het leven der menschen buiten
ons Vaderland, met welke wij allernaast in aanraking
komen. Bit is dan de levensbetrekking van Europa.
Wat boven, ten besluite van de kennis van het ei-
genlijke Vaderland, reeds werd herinnerd, te weten,
dat het er ons voornamelijk om te doen moet zijn,
om ons eigen huis zeer naauwkeurig te leeren ken-
nen, en dat de kennis van hetgeen buiten ons huis
bestaat en omgaat, alleenlijk in zoo verre noodig is,
(1) Mögt men toch uit deze ééne omstandigheid op nieuvr
de OTertuiging verwerren , dat de mannen, die zich tot dus-
verre met de vervaardiging van leesboeken onledig hebben ge-
houden , evenmin het denkbeeld van eene waarlijk nationale
vorming in hunne magt hebben, als zij dat van een onder-
rigt voor het leven — in het algemeen hebben begrepen.
21-»