Boekgegevens
Titel: Het lager onderwijs in betrekking tot de staatsinrigting: eene beoordelende beschouwing van het tegenwoordige onderwijs ...: staatslieden ter overweging, onderwijzers ter behartiging aanbevolen
Auteur: Graser, Johann Baptist
Uitgave: Leyden: D. du Mortier en zoon, 1844
Opmerking: Vert. van: Das Verhältniss der Elementarschule zur Politik der Zeit
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1169 D 21
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204333
Onderwerp: Onderwijs: onderwijssystemen, onderwijsinstellingen: algemeen
Trefwoord: Onderwijsstelsels, Lager onderwijs, Staat (politicologie)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het lager onderwijs in betrekking tot de staatsinrigting: eene beoordelende beschouwing van het tegenwoordige onderwijs ...: staatslieden ter overweging, onderwijzers ter behartiging aanbevolen
Vorige scan Volgende scanScanned page
.295
l)e methode, aan haar beginsel getror.w, «n uit
deu leerling elke kennis op die wijze te ontwikkelen,
dat zij hem zijn leven ter aanschouwing voorstelt, ge-
leidt hem ook hier op het punt, waar hij, in het
gebruik der taal, welke hij tot dusverre in alle ha-
re rededeelen matcrialiter heeft leeren gebruiken, zich
zelven moet aanschouwen.
Na de voorafgaande opmerking, dat, als wij ons
Vaderland volkomen willen leeren kennen, wij dan
ook volstrekt de taal moeten leeren kennen, die ons
bijzonder eigen is, vangt het taalkundig onderwijs aan
met do vraag: welke rededeelen heeft onze taal? en
de leerling wordt genoodzaakt achterwaarts te zien,
om dezelve alle, zoo als hij ze tot dusvcre heeft ge-
bezigd, zelf op te noemen.
De hier nu op volgende vraag betreft de betrekking
van de rededeelen tot elkander, en wel in een twee-
ledig opzigt: a) hunne betrekking jegens elkander,
en b) hunne betrekking op elkander. De opgave van
eerstgenoemde betrekking, waarbij hoofdzakelijk het
onveranderlijke van eenige, cn het veranderlijke van de
andere wordt opgemerkt, geeft natuurlijk weder aan-
leiding tot de vraag aangaande de nadere betrekking
van de veranderlijke woorden en over de soorten van
de afzonderlijke veranderingen. Zijn deze nu door eene
achterwaarts tredende aanschouwing alle opgeteld, dan
brengt de methode haren leerling verder tot het opvat-
ten van de de veranderingen bewerkende rededeelen. Na
het ten einde brengen van de oefening in dit opvat-
ten , of opmerken, gaat de methode over tot het na-
denken over het afzonderlijk opgemerkte, om voor
het gebruik — regalen te kunnen vaststellen. Zijn ook
21