Boekgegevens
Titel: Het lager onderwijs in betrekking tot de staatsinrigting: eene beoordelende beschouwing van het tegenwoordige onderwijs ...: staatslieden ter overweging, onderwijzers ter behartiging aanbevolen
Auteur: Graser, Johann Baptist
Uitgave: Leyden: D. du Mortier en zoon, 1844
Opmerking: Vert. van: Das Verhältniss der Elementarschule zur Politik der Zeit
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1169 D 21
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204333
Onderwerp: Onderwijs: onderwijssystemen, onderwijsinstellingen: algemeen
Trefwoord: Onderwijsstelsels, Lager onderwijs, Staat (politicologie)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het lager onderwijs in betrekking tot de staatsinrigting: eene beoordelende beschouwing van het tegenwoordige onderwijs ...: staatslieden ter overweging, onderwijzers ter behartiging aanbevolen
Vorige scan Volgende scanScanned page
.291
bevorderen, zoodat uit zulk eene school de tijdgeest
geene volgelingen kan aanwerven.
De bij de leerlingen ontwikkelde ware begrippen
omtrent de Regering van eenen Staat, en de ware be-
trekkingen van deszelfs Hoofd, erlangen door de ver-
dere voortzetting van het daarop betrelikelijke onder-
dcrrigt eerst vastigheid en grond, naardien de metho-
de in den naastvolgenden cursus van onderwijs den
derden graad van het kenvermogen — de oordeels-
kracht, te baat neemt.
Nadat, namelijk, de methode van onderwijs, na het
zoogenaamde staatkundig en godsdienstig onderwijs, met
opzigt tot het leven in het Koningrijk, heeft ten ein-
de gebragt, doorwandelt zij met den leerling het Va-
derland, met opzigt tot Aardrijkskunde, Natuurlijke Ge-
schiedenis en Natuurkunde, ten einde de begrippen
nopens den staatkundigen toestand nog duidelijker to
maken, cn gaat daarna met de derde klasse van leer-
lingen tot de naastvolgende betrekking der menschen,
te weten — Duitschland, over.
LEVENSBETREKKING TOT DIIITSCULANn EN EÜROPA.
s. 238.
Het begin en einde van alle opleiding der jeugd
moet ten doel hebben derzelver leven in het Va-
derland, en er) kan mitsdien geen onzinniger on-
derwijs worden uitgedacht, dan dat, waarbij den leer-
ling inlichtingen gegeven worden aangaande VTcemde
landen, terwijl men hem omtrent zijn eigen Land
onkundig laat. Onkundig, ja, want met de van bui-
ten geleerde aardrijkskundige bijzonderheden is de