Boekgegevens
Titel: Het lager onderwijs in betrekking tot de staatsinrigting: eene beoordelende beschouwing van het tegenwoordige onderwijs ...: staatslieden ter overweging, onderwijzers ter behartiging aanbevolen
Auteur: Graser, Johann Baptist
Uitgave: Leyden: D. du Mortier en zoon, 1844
Opmerking: Vert. van: Das Verhältniss der Elementarschule zur Politik der Zeit
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1169 D 21
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204333
Onderwerp: Onderwijs: onderwijssystemen, onderwijsinstellingen: algemeen
Trefwoord: Onderwijsstelsels, Lager onderwijs, Staat (politicologie)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het lager onderwijs in betrekking tot de staatsinrigting: eene beoordelende beschouwing van het tegenwoordige onderwijs ...: staatslieden ter overweging, onderwijzers ter behartiging aanbevolen
Vorige scan Volgende scanScanned page
.289
de moedertaal tot het leeren kennen van de omstan-
digheden, welke in het leven der menschen de waar-
de van hunne daden, hunne gevoelens en hun ka-
rakter bepalen. Doch zij bezigt tevens deze gelegen-
heid, om, terwijl zij practische gevolgtrekkingen uit de
ontwikkelde kennissen afleidt, ook tevens het practische
taalonderwijs te voltooijen. Bij het voortzetten dier ge-
volgtrekkingen leidt de methode den leerling op het
punt, waar de onderdanen, met betrekking tot hunne
behoeften of belangen, middellijk, of, in sommige geval-
len, ook regtstreeks, hunne verlangens aan den Koning
kenbaar maken, op gelijke wijze, als zulks aan be-
sturen en ambtenaren geschiedt, inzonderheid, wan-
neer zij nopens buitengewone voorvallen de noodige
inlichtingen te geven hebben. Hieruit leidt nu de
methode de noodzakelijldieid af, om daarbij vooral op
het juiste gebruik van het werkwoord en van het woord,
hetwelk dient om hetzeli^e naauwkeuriger te bepalen —
het bijwoord — acht te slaan, cn zoo doende een duide-
lijk begrip van ieder werkwoord afzonderlijk te verkrijgen.
Om den leerling daarin gepast en verstandig te oefe-
nen, maalit zij hem opmerkzaam op sommige belangrij-
ke gebeurtenissen, welke als buitengewone verschijnse-
len en voorvallen aan de Overigheid moeten bekend
gemaakt worden; b. v. brand, en wat daar bijzonders
bij plaats had, — overstroomingen, — hagelslagen, —
stormweders, en de daardoor voortgebragte schaden
en ongelukken. Dergelijke voorvallen en derzclver bij-
zonderheden worden den leerling opgegeven en voorge-
houden , ten einde dezelve te schetsen en te beschrijven,
deels zoo als bij ze welligt reeds bij ondervinding, deels
zoo als hij ze uit verhalen heeft leeren kemien of afleiden.