Boekgegevens
Titel: Het lager onderwijs in betrekking tot de staatsinrigting: eene beoordelende beschouwing van het tegenwoordige onderwijs ...: staatslieden ter overweging, onderwijzers ter behartiging aanbevolen
Auteur: Graser, Johann Baptist
Uitgave: Leyden: D. du Mortier en zoon, 1844
Opmerking: Vert. van: Das Verhältniss der Elementarschule zur Politik der Zeit
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1169 D 21
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204333
Onderwerp: Onderwijs: onderwijssystemen, onderwijsinstellingen: algemeen
Trefwoord: Onderwijsstelsels, Lager onderwijs, Staat (politicologie)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het lager onderwijs in betrekking tot de staatsinrigting: eene beoordelende beschouwing van het tegenwoordige onderwijs ...: staatslieden ter overweging, onderwijzers ter behartiging aanbevolen
Vorige scan Volgende scanScanned page
.288
eenen Minister noodig? Inderdaad een uitgestrekt en
belangrijk Ministerie. Alles, wat voor den Koning en
zijne Ministerien door het Land wordt opgebragt, noemt
men inkomsten, financiën, en derhalve dit Ministerie —
Ministerie van Financiën.
§. 235.
Wij zijn nu in het bezit van de nuttige kennis van
ons leven iii ons eigen Land, de kennis van de be-
trekking van ons Vaderland en onzen Landsvader; is
het echter niet tevens onze pligt, om na te denken
over datgene, wat wij onzen Koning en ons Land
verschuldigd zijn, wat vdj jegens zijne Ministers, raads-
lieden en ambtenaren hebben in acht te nemen? Wij
zullen daarom ook hierover nadenken, ten einde niet
te vervallen in die afschuwelijke en hoogst berispelij-
ke hatidelwijze, aan welke zoo vele onkundigen zich
in dit opzigt schuldig maken.
Thans wordt een algemeen overzigt van al de
ont\vikkeldé kennis , en voorts eene ontleding van de
daaruit voortvloeijende gevolgen door de leerlingen zel-
ven in dier voege bewerkstelligd, dat de gewone ge-
breken , ondeugden, overtredingen en misdrijven, ook
tegen den Koning, zijne Ministers, Raadslieden cn
Ambtenaren, en zoo ook tegen het Vaderland, als in
hooge mate af te keuren en te verfoeijen, in overwe-
ging worden genomen, doch daarbij tevens van de ge-
legenheid gebruik gemaakt, om bij den leerling den grond
te leggen voor de daaraan tegenovergestelde deugden.
§. 236.
Ter bevestiging van de ten deze vereischte juiste,
duidelijke en levendige begrippeh, maakt de methode
nu gebruik van hét vroegere practische onderwijs in