Boekgegevens
Titel: Het lager onderwijs in betrekking tot de staatsinrigting: eene beoordelende beschouwing van het tegenwoordige onderwijs ...: staatslieden ter overweging, onderwijzers ter behartiging aanbevolen
Auteur: Graser, Johann Baptist
Uitgave: Leyden: D. du Mortier en zoon, 1844
Opmerking: Vert. van: Das Verhältniss der Elementarschule zur Politik der Zeit
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1169 D 21
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204333
Onderwerp: Onderwijs: onderwijssystemen, onderwijsinstellingen: algemeen
Trefwoord: Onderwijsstelsels, Lager onderwijs, Staat (politicologie)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het lager onderwijs in betrekking tot de staatsinrigting: eene beoordelende beschouwing van het tegenwoordige onderwijs ...: staatslieden ter overweging, onderwijzers ter behartiging aanbevolen
Vorige scan Volgende scanScanned page
.285
noemt hen Seeretarissen (vertrouwde of geheime Scluij-
vers), of GrifiSers ^ en voorts eenige gewone schrijvers.
Voor zulk eene veelomvattende bezigheid is ech-
ter één man niet genoegzaam. Hij heeft derhalve
hulp noodig. Ook daarvoor is gezorgd. Bij zulk een
Geregtshof is nu een tweede Voorzitter aangesteld.
De eerste heet, zoo als gezegd is, Voorzitter of Pre-
sident, wijl hij in ellie vergadering voorzit, de ande-
re heet Vice - President. Voor de aanwezigheid en de
doeltreffende inrigting van dergelijke Regtbank be'aoo-
ren de onderdanen dankbaar te zijn door een billijk
vertrouwen in zulke Regtbanken te stellen. Maar ook
dit is niet altijd het geval. Ook in de uitspraken van
zulk een Geregtshof berusten de menschen niet altijd,
en er is daarom nog een Geregtshof, voor hooger be-
roep dan het genoemde Hof van AppU, en dat ge-
noemd wordt Hooge Raad.
Ook dit Geregtshof heeft eene inrigting, welke met
hel vorige veel overeenkomst heeft, edoch in grootere
uitgebreidheid. Welken dank zijn wij daarvoor niet
verschuldigd? Doch, overwegen wij eerst de drie trap-
pen van het Regtersambt, en vragen wij ons zeiven af,
welke zorgen daarbij de Koning te vervullen heeft,
om ons te overtuigen, dat voor hem bij deze groo-
te , uitgebreide en zwaarwigtige zorg ook weder
een Ministerie volstrekt noodzakelijk is. — De verschil-
lende deelen van deze zorg worden nu van onderen
af opgenoemd: de zorg voor dc wetgeving, voor
de aanstelling der meest geschikten op de benedenste
ambtsplaatsen, voor de beste keus der overige Regters
en der Voorzitters, enz. enz. Hieruit blijkt nu het be-
langrijke en weldadige van het Ministerie van Justitie.