Boekgegevens
Titel: Het lager onderwijs in betrekking tot de staatsinrigting: eene beoordelende beschouwing van het tegenwoordige onderwijs ...: staatslieden ter overweging, onderwijzers ter behartiging aanbevolen
Auteur: Graser, Johann Baptist
Uitgave: Leyden: D. du Mortier en zoon, 1844
Opmerking: Vert. van: Das Verhältniss der Elementarschule zur Politik der Zeit
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1169 D 21
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204333
Onderwerp: Onderwijs: onderwijssystemen, onderwijsinstellingen: algemeen
Trefwoord: Onderwijsstelsels, Lager onderwijs, Staat (politicologie)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het lager onderwijs in betrekking tot de staatsinrigting: eene beoordelende beschouwing van het tegenwoordige onderwijs ...: staatslieden ter overweging, onderwijzers ter behartiging aanbevolen
Vorige scan Volgende scanScanned page
.283
wijl elk hunner vermeent het regt op ijjne zijde Ic
hebben. Hier reeds is de uitspraak van een wijs en
achtbaar man noodig, door wien zij weder tot cendragt
gebragt worden. Doch, laat ons daarenboven wel be-
denken, dat zoo vele menschen zich door hunne be-
geerlijkheid en vijandige driften laten vervoeren, om
anderen werkelijk onregt aan tc doen, anderen te be-
schimpen , te bedriegen, te bestelen, te berooven, te
kwetsen, ja zelfs te dooden! In zulke gevallen moet
dan toch wel strenge geregtigheid uitgeoefend worden.
Maar zij, die dit strenge regt zullen uitoefenen, be-
hooren voor alles tc weten, wat regt is. De Godde-
lijke Voorzienigheid heeft het nu alzoo verordend, dat
datgene, wat regt is, door wijze mannen in bepaalde
stellingen is uitgedrukt, welke wij wetten heeten,
terwijl door ernstige studiën voorbereide mannen zich
de kennis dier wetten verschaffen, met het doel, om
eenmaal als Regters te worden aangesteld, In zulke
mate is het den Koning cr om te doen, dat er in
waarheid regt worde gesproken, Intusschen bestaat dc
belangrijke verordening, dat degenen, die zich voor
het ambt van Regter voorberc'dcn, door geleerde mannen
onderzocht en niet dan na langdurige voorbereiding wor-
den aangesteld om als Regters regt te spreken.
Uit dien hoofde behoorden wij ook een volkomen
vertrouwen op zulke Regters te stellen. Doch de men-
schen, die het regt op hunne zijde wanen tc hebben,
berusten er soms niet in, wanneer zij niet in het ge-
lijk worden gesteld. Iloe wijs en vaderlijk is daai-om
niet dc inrigting, dat boven dc Regters van den eersten
graad eene hoogere Regtbank is ingesteld, uit onderschei-
dene geleerde mannen bestaande, waarop men ccn