Boekgegevens
Titel: Het lager onderwijs in betrekking tot de staatsinrigting: eene beoordelende beschouwing van het tegenwoordige onderwijs ...: staatslieden ter overweging, onderwijzers ter behartiging aanbevolen
Auteur: Graser, Johann Baptist
Uitgave: Leyden: D. du Mortier en zoon, 1844
Opmerking: Vert. van: Das Verhältniss der Elementarschule zur Politik der Zeit
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1169 D 21
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204333
Onderwerp: Onderwijs: onderwijssystemen, onderwijsinstellingen: algemeen
Trefwoord: Onderwijsstelsels, Lager onderwijs, Staat (politicologie)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het lager onderwijs in betrekking tot de staatsinrigting: eene beoordelende beschouwing van het tegenwoordige onderwijs ...: staatslieden ter overweging, onderwijzers ter behartiging aanbevolen
Vorige scan Volgende scanScanned page
.281
op zich voor de herstelling van straten, wegen en
bruggen? — Daar wij echter nu van dit bouwwezen
spreken, ontstaat de vraag, of er geene noodzakelijk-
heid aanwezig is, om ook tegen de schade, welke
door het water kan worden te weeg gebragt, te wa-
ken? Is het ook niet noodzakelijk, dat er bekwame
bouwmeesters aanwezig zijn, die de kunst verstaan,
om in eene Gemeente de huizen doeltreffend en ste-
vig te bouwen? Immers kan niet ieder Gemeente-
of Districts - bestuur daarvan de noodige kennis be-
zitten. Wie anders zal nu al weder de zorg voor het
gansche Land op zich nemen dan de Koning? — en
heeft Hij ook niet met de daad die weldadige zorg op
zich genomen, en op welke wijze? Antw. Door de
Afdecling voor de Openbare Werken en, den Waterstaat.
Groot en menigvuldig zijn alzoo de zorgen des Ko-
nings , als Landsvader, voor ons gemeenschappelijk leven
in ons Land; en nog zijn wij niet op de belangrijk-
ste van alle gekomen.
Wij zijn gehouden in ons groote Huis, of Rijk, een
waarlijk geregeld, betamelijk, gelukzalig leven te lei-
den. Dat verlangt de Koning; ook wij verlangen het,
en — God wil het zoo. Hoe wij ons moeten gedra-
gen , om zulk een leven te leiden, dat heeft ons Chris-
tus geleerd, en de menschen worden ook in die leer
onderwezen; maar zij volgen, helaas, die heilige leer
niet bestendig, en moeten uit dien hoofde door de
Geestelijken gestadig daaraan herinnerd worden. Voorts
hebben wij geleerd, dat de Geestelijken niet enkel dc
Godsdienstoefeningen moeten houden, om de Christe-
nen daardoor, en door prediking en vermaning, steeds
meer in die heilige leer te bevestigen, maar hun ook
20»