Boekgegevens
Titel: Het lager onderwijs in betrekking tot de staatsinrigting: eene beoordelende beschouwing van het tegenwoordige onderwijs ...: staatslieden ter overweging, onderwijzers ter behartiging aanbevolen
Auteur: Graser, Johann Baptist
Uitgave: Leyden: D. du Mortier en zoon, 1844
Opmerking: Vert. van: Das Verhältniss der Elementarschule zur Politik der Zeit
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1169 D 21
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204333
Onderwerp: Onderwijs: onderwijssystemen, onderwijsinstellingen: algemeen
Trefwoord: Onderwijsstelsels, Lager onderwijs, Staat (politicologie)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het lager onderwijs in betrekking tot de staatsinrigting: eene beoordelende beschouwing van het tegenwoordige onderwijs ...: staatslieden ter overweging, onderwijzers ter behartiging aanbevolen
Vorige scan Volgende scanScanned page
.280
dicnaangaaude spoedig iiigelieht zijn, als wij maar eens
even terugkomen tot hetgeen wij van het Ministerie
van Oorlog hebben leeren kennen.
Stellen wij ons -wor, dat het ongeluk ons zou tref-
fen, dat wij in eenen oorlog geraakten met onze na-
buren, en dat onze soldaten de vijanden terug dre-
ven. Alsdan zouden zij buiten ons Land gaan. Zou-
den alsdan geene andere soldaten, die niet met de
onze strijden, eene zijdelingsehe beweging kunnen
malten en in ons van militairen ontbloot Land val-
len ? — Welke onheilen zouden zij niet kunnen te weeg
brengen? En waarin zal nu wel des Konings zorg
bestaan, ter verhoeding van zulk een onheil ? Zal
hij er wel op eene andere meer billijke, verstandige
en zekere wijze voor kunnen zorgen, dan daardoor,
dat hij alle weerbare manschappen van het Land in
den wapenhandel laat oefenen, en hen als militairen
in gelederen schaart, met het doel en onder het be-
vel , om in zulk een geval, even als de andere
militairen, zich ter verwering van het Land te stel-
Icn?
Maar wij zijn nog niet aan het einde met het in
overweging nemen van al de voorname weldaden, wel-
ke ons de Koning, als Landsvader, lewijst. Wij koe-
ren tot het bestuur van eene Gemeente terug. Dat
bestuur der Gemeente, en nog meer dat van het Dis-
trict, behooren voor de straten en voor goede wegen
te zorgen, ten einde de inwoners hunno benoodigdhe-
den gemakkelijker zouden kunnen bijeenbrengen en
elkander toeroeren. Indien nu tot dit einde de ge-
meenschap tusschen het gansehe Land zal kunuen onder-
houden worden j welke zorg heeft dc Koning dan niet