Boekgegevens
Titel: Het lager onderwijs in betrekking tot de staatsinrigting: eene beoordelende beschouwing van het tegenwoordige onderwijs ...: staatslieden ter overweging, onderwijzers ter behartiging aanbevolen
Auteur: Graser, Johann Baptist
Uitgave: Leyden: D. du Mortier en zoon, 1844
Opmerking: Vert. van: Das Verhältniss der Elementarschule zur Politik der Zeit
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1169 D 21
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204333
Onderwerp: Onderwijs: onderwijssystemen, onderwijsinstellingen: algemeen
Trefwoord: Onderwijsstelsels, Lager onderwijs, Staat (politicologie)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het lager onderwijs in betrekking tot de staatsinrigting: eene beoordelende beschouwing van het tegenwoordige onderwijs ...: staatslieden ter overweging, onderwijzers ter behartiging aanbevolen
Vorige scan Volgende scanScanned page
279
Koning voor dat alles zorgt, moeten dan niet alleti
tegelijk voor zieh zeiven zorgen; en wanneer zij in
staat zullen geraken, dit te doen, niet ook alle be-
hoeften en middelen leeren kennen? Laat de huis-
vader hen dan ook niet onderwijzen ? Indien de huis-
vader voor het onderwijs zijner kinderen zal zorgen,
waarvoor moet dan de Koning zorgen? Antw. Dat
wij seholen hebben en bekwame onderwijzers. — -An-
dermaal nog eene gewigtige zorg. Maar wij zullen
weldra bevinden, dat de Koning nog meerdere groote
zorgen op zich moet nemen. Ten einde ons die alle te
kunnen denken en voorstellen, zullen wij van uit
het familie-huis het oog vestigen op eene Gemeente.
Waarvoor heeft het Bestuur eener Gemeente te zor^
gen, opdat de Gemeente in hare woonplaats een vei-
lig en geregeld leven kunne leiden (1)? Antw. Voor
veiligheids - wachten, ter voorkoming, dat slechte men-
schen van buiten, of van binnen zelfs, der inwone-
ren eigendom, of ook wel hun ligehaam, schade toe-
brengen. Laat ons er echter eens goed over nadenken,
dat daarvoor in het gansche land moet gizorgd worden.
Welke belangrijke zorg heeft de Koning in dit opzigt
nu op zich te nemen? Hoe heilzaam blijkt ons nu
de inrigting, door welke de Koning daarvoor zorg
draagt, te weten de policie - dienaren en maréchaussee?
Zal echter, indien wij , uithoofde van de inwendige
veiligheid en rust, der policie - inrigtingen gedenken,
ons niet nog de bezorgdheid opzigtelijk eene zeer groo-
te onveiligheid in de gedachten komen? Wij zullen
(1) Men keert telkens tot het vroeger gegevén onderwijs
terug.
20