Boekgegevens
Titel: Het lager onderwijs in betrekking tot de staatsinrigting: eene beoordelende beschouwing van het tegenwoordige onderwijs ...: staatslieden ter overweging, onderwijzers ter behartiging aanbevolen
Auteur: Graser, Johann Baptist
Uitgave: Leyden: D. du Mortier en zoon, 1844
Opmerking: Vert. van: Das Verhältniss der Elementarschule zur Politik der Zeit
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1169 D 21
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204333
Onderwerp: Onderwijs: onderwijssystemen, onderwijsinstellingen: algemeen
Trefwoord: Onderwijsstelsels, Lager onderwijs, Staat (politicologie)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het lager onderwijs in betrekking tot de staatsinrigting: eene beoordelende beschouwing van het tegenwoordige onderwijs ...: staatslieden ter overweging, onderwijzers ter behartiging aanbevolen
Vorige scan Volgende scanScanned page
.278
äfeu van den huisvader opnoemen, om zich, naar aan-
leiding daarvan, een klaar begrip te doen vormen van
het Minüteiie van Binnenlandsche Zaken.
B. v., de zorg voor woning, voedsel en kleeding.
Welken last moet de Koning niet op zich laden, in-
dien hij als Landsvader voor al die behoeften van zijn
groot huisgezin zal zorgen ?
Antw. De zorg, dat de landbouw naar behooren kan
worden uitgeoefend, dat de noodige ambachten en hand-
teringen voorhanden zjjn, en de koophandel geregeld
voort kan gaan. — Doch wij moeten ook de middelen
bezitten, om ons het noodige te verschaffen. Zijri er
geene menschen in ons midden, die de daartoe noodi-
ge middelen niet bezitten? Zal de Koning nu ook
voor deze geene zorg dragen? Antw. Zonder twijfel. —
Hebt gij niet reeds van armeninrigtingen en armenver-
zorging hooren spreken ? Wat mogen dat wel zijn ?
Kunt gij het u niet wel voorstellen, dat het inrigtin-
gen zijn, door welke de Koning voor het onderhoud
en dc kleeding der armen zorgt? — Nu hebben wij
reeds eene drievoudige groote zorg van den Koning
leeren kennen; maar wij zullen nog eens verder in
het huis rondzien. In hoe verre moet.de vader wel
voor het leven van de leden zijns gezins zorgen ?
Antw. Hij draagt ook zorg voor hunne gezondheid.
Met welke groote zorg zal de Koning ook in dit op-
zigt zich moeten belasten, door te waken, dat alle
ingezetenen des lands zoo veel mogelijk bij hunne ge-
zondheid worden bewaard, en, wanneer menschen
krank worden, zij weder kunnen genezen worden ?
Antw. Hij moet voor bekwame artsen en apothekers,
alsmede voor ziekenliuizen, zorgen. — Maar, indien de