Boekgegevens
Titel: Het lager onderwijs in betrekking tot de staatsinrigting: eene beoordelende beschouwing van het tegenwoordige onderwijs ...: staatslieden ter overweging, onderwijzers ter behartiging aanbevolen
Auteur: Graser, Johann Baptist
Uitgave: Leyden: D. du Mortier en zoon, 1844
Opmerking: Vert. van: Das Verhältniss der Elementarschule zur Politik der Zeit
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1169 D 21
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204333
Onderwerp: Onderwijs: onderwijssystemen, onderwijsinstellingen: algemeen
Trefwoord: Onderwijsstelsels, Lager onderwijs, Staat (politicologie)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het lager onderwijs in betrekking tot de staatsinrigting: eene beoordelende beschouwing van het tegenwoordige onderwijs ...: staatslieden ter overweging, onderwijzers ter behartiging aanbevolen
Vorige scan Volgende scanScanned page
.291
gedrongen worden. .Maar zullen er niet nu en dan
aanleidingen tot klagten en twisten over en met de
langs onze grenzen wonende naburen ontstaan ? Bestaan
deze niet zelfs dikwerf tussehen de naaste buren in
eene gemeente? niet tusschen aan elkander grenzende
gemeenten in een district, niettegenstaande allen tot
een zelfde huisgezin behooren? Wat moeten wij dus
niet van de buitenlandsche grensgeburen verwach-
ten?
Is het niet te wcnschen, dat zulke twisten en on-
eenigheden zonder oorlog worden bijgelegd? Maar hoe
zal zulks geschieden? Zal de Koning zich daaromtrent
niet met de Regenten van die naburige landen moeten
verstaan? Maar er zijn er, zoo als gij hier op de
kaart reeds kunt zien, onderscheidene 3 moet de Ko-
ning al weder alléén en door zich zeiven de veelvul-
dige, en, zoo als zich laat denken, dikwerf zeer be-
zwaarlijke bemoeijenissen verrigten? — Wat zal nu ook
hier noodzakelijk wezen? Wat anders, dan andermaal
een hoog Staats - Ministerie ? — Het zorgt voor den ze-
keren gang van onze buitenlandsche betrekkingen: hoe
zullen wij het noemen? Antw. Ministerie van Buiten-
landsche Zaken.
§. 232.
Onze belangen met betrekking tot onze grensgebu-
ren zijn nu in veiligheid gesteld. Wij moeten nu on-
ze aandacht vestigen op het inwendige van onze huis-
selijke belangen. Welke menigvuldige eu hoogst ge-
wigtige zorgen zullen wij dan niet ontmoeten, die on-
ze Koning, als Landstader, op zich moet nemen?
De methode brengt den leerling andermaal terug naar
de oorspronkelijke faraiüebetrekking, en laat dc zor-