Boekgegevens
Titel: Het lager onderwijs in betrekking tot de staatsinrigting: eene beoordelende beschouwing van het tegenwoordige onderwijs ...: staatslieden ter overweging, onderwijzers ter behartiging aanbevolen
Auteur: Graser, Johann Baptist
Uitgave: Leyden: D. du Mortier en zoon, 1844
Opmerking: Vert. van: Das Verhältniss der Elementarschule zur Politik der Zeit
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1169 D 21
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204333
Onderwerp: Onderwijs: onderwijssystemen, onderwijsinstellingen: algemeen
Trefwoord: Onderwijsstelsels, Lager onderwijs, Staat (politicologie)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het lager onderwijs in betrekking tot de staatsinrigting: eene beoordelende beschouwing van het tegenwoordige onderwijs ...: staatslieden ter overweging, onderwijzers ter behartiging aanbevolen
Vorige scan Volgende scanScanned page
.276
kan worden voortgebragt — dc militie, onder het gun-
stigste gezigtspunt worden voorgesteld, ter voorkoming,
dat het volk zich zoo wel door woorden als door da-
den wederspannig toone.
§. 230.
Wie zal nu het steeds noodige aantal en de geschikt-
heid der manschappen bepalen? Wie voor hun onder-
rigt en hunne oefening in den wapenhandel zorgen?
Wie de noodige' soort van wapenen bepalen? Wie de
manschappen bij het leger indeelen en hunne gelede-
ren aanwijzen? Wie de zorg voor hunne kleeding en
voor de insgelijks noodige paarden op zich nemen?
Vermag de Koning alléén en door zich zelven zulk
eene uitgebreide en in zoo vele bijzonderheden gaande
zorg op zich te nemen, of heeft hij daartoe bekwame
en geschikte ofiBcieren, en boven aan eenen wijzen raads-
man noodig, die al de verrigtingen van dezen tak van
bestuur kan leiden? — Deze man is alzoo een van des
Konings noodzakelijkste en hem naast ter zijde staande
dienaren. — Zulk een man dient echter tevens, in
naam des Konings, den Staat in het algemeen, en is
alzoo een van de hoogst geplaatste Staatsdienaren, of
hoogste Staatsambtenaren. * Zulk' een' man noemt men
Minister, en, vereenigd met het aantal hoogere en
lagere ambtenaren, die hem ten dienste staan, >vordt
zijne betrekking ook uitgedrukt door den naam van
Ministerie. Dit Ministerie is eigenlijk ingerigt voor het
geval, dat er oorlog ontstaat. Welken naam zullen wij
aan hetzelve geven? Ministerie van Oorlog.
§. 231.
De Koning en wij verlangen geenen oorlog, en zul-
len ook geenen oorlog beginnen, zoo wj daartoe niet