Boekgegevens
Titel: Het lager onderwijs in betrekking tot de staatsinrigting: eene beoordelende beschouwing van het tegenwoordige onderwijs ...: staatslieden ter overweging, onderwijzers ter behartiging aanbevolen
Auteur: Graser, Johann Baptist
Uitgave: Leyden: D. du Mortier en zoon, 1844
Opmerking: Vert. van: Das Verhältniss der Elementarschule zur Politik der Zeit
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1169 D 21
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204333
Onderwerp: Onderwijs: onderwijssystemen, onderwijsinstellingen: algemeen
Trefwoord: Onderwijsstelsels, Lager onderwijs, Staat (politicologie)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het lager onderwijs in betrekking tot de staatsinrigting: eene beoordelende beschouwing van het tegenwoordige onderwijs ...: staatslieden ter overweging, onderwijzers ter behartiging aanbevolen
Vorige scan Volgende scanScanned page
15
ven, de zedelijke en Godsdienstige zin voor het consti-
tutionele leven bij het volk en deszelfs vertegenwoordi-
gers worden voortgebragt en opgewekt, indien dezelve niet,
in het eerste onderwijs, uit de idee van het te zaniQn
leven ontwikkeld, tot bewustheid verheven, en in alle
betrekkingen des levens steeds overtuigender en klem-
mender aan de ziel wordt eigen gemaakt?
Dat derhalve de Staatslieden zich door die tegenspraak
der onderwijzers niet laten diets maken, dat zij, door
hun, grootendeels werktuigelijk, deels gebrokkeld en
stukswijze medegedeeld, onderwijs ook een onderwijs voor
het leven geven. Het leven laat zich niet door op zich
zelve staande aanmerkingen, nu en dan uit de leerstof
afgeleide zinspelingen, niet door enkele opwekkingen,
oefeningen en vermaningen, voor zijne bestemming vor-
men: het vormt zich vmi binnen naar buiten door eene
onafgebrokenc uitbreiding van deszelfs aanschouwingen
en dezer inwendige bewerking; doch, uithoofde van do
aangeboren zelfzucht der menschen, zonder hulp plaats
vindende, in eene verkeerde rigting. Het is derhalve de
taak CTi do kunst van de bezigheid van het onderwijs,
aan de ontwikkeling van het leven voortdurende hulp en
de tcare rigting tc geven, en dus het oog des levenden
steeds op het oorspronkelijke leven, als het middelpunt
van alle levenden, te rigten.
Volgens dit oorspronkelijke beeld moet dan eenheid en
overeenstemming het grondbeginsel van tiet leven, en
diensvolgens ook eenheid en overeenstemming het grondbe-
ginsel van het onderwijs zijn, zal het de vereischte uit-
werking hebben. Nu heeft echter het onderwijs, zoo als
het tot hiertoe bestaat, tc veel verscheidenheid, is te af-
gebroken, te veel stukwerk, en uit dien hoofde kunnen