Boekgegevens
Titel: Het lager onderwijs in betrekking tot de staatsinrigting: eene beoordelende beschouwing van het tegenwoordige onderwijs ...: staatslieden ter overweging, onderwijzers ter behartiging aanbevolen
Auteur: Graser, Johann Baptist
Uitgave: Leyden: D. du Mortier en zoon, 1844
Opmerking: Vert. van: Das Verhältniss der Elementarschule zur Politik der Zeit
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1169 D 21
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204333
Onderwerp: Onderwijs: onderwijssystemen, onderwijsinstellingen: algemeen
Trefwoord: Onderwijsstelsels, Lager onderwijs, Staat (politicologie)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het lager onderwijs in betrekking tot de staatsinrigting: eene beoordelende beschouwing van het tegenwoordige onderwijs ...: staatslieden ter overweging, onderwijzers ter behartiging aanbevolen
Vorige scan Volgende scanScanned page
275
§. 228.
Uet denkbeeld op den voorgiond stellende, dat liet
huisgezin in de eerste en Toornaainste plaats zich vast
aaneengesloten moet houden, om niet door vreem-
delingen in het bezit en het ongestoorde genot van
het huis belemmerd te voorden, geleidt de methode
des leerlings opmerkzaamheid op de aan het rijk gren-
zende landen, en maakt tevens deszelfs bezorgdheid
gaande, dat door den een' of den andér' twist en vijand-
schap kan worden te weeg gebragt. Uieruit vloeit nu
de noodzakelijkheid voort, dat de Koning voor alle
mogelijke gevallen eene gewapende magt beschikbaar
hebbc; immers moeten wij ons vast aan elkander slui-
ten eu ons vereenigd houden, om onzen Koning en
ons zelven te beschermen. Maar hoe zullen wij daar-
toe in staat zijn? Moeten wij allen soldaten wezen,
ons steeds in den wapenhandel oefenen, en voor
elke mogelijke gebeurtenis onder de wapenen komen?
enz. Hoe zouden wij dan in onze noodzakelijkste be-
hoeften kunnen voorzien? enz. De noodzakelijkheid
blijkt derhalve ten klaarste, dat de Koning een leger
van jonge, krachtige manschappen moet kuimcn vor-
men , die behoorlijk van wapenen voorzien, en in der-
zelver. behandeling geoefend, voor alle mogelijke voor-
vallen gereed en bruikbaar zijn. Wie zal nu die man-
schappen moeten leveren? Is het niet onze meest diin-
gende verpligting? en is het dus niet eene weldaad
voor het geheel, dat enkelen daartoe worden opgeroepen!
enz.
229.
Te dezer plaatse kan alzoo eene eerste en voorname
zwarigheid, door welke eene weerbarstige stemming