Boekgegevens
Titel: Het lager onderwijs in betrekking tot de staatsinrigting: eene beoordelende beschouwing van het tegenwoordige onderwijs ...: staatslieden ter overweging, onderwijzers ter behartiging aanbevolen
Auteur: Graser, Johann Baptist
Uitgave: Leyden: D. du Mortier en zoon, 1844
Opmerking: Vert. van: Das Verhältniss der Elementarschule zur Politik der Zeit
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1169 D 21
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204333
Onderwerp: Onderwijs: onderwijssystemen, onderwijsinstellingen: algemeen
Trefwoord: Onderwijsstelsels, Lager onderwijs, Staat (politicologie)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het lager onderwijs in betrekking tot de staatsinrigting: eene beoordelende beschouwing van het tegenwoordige onderwijs ...: staatslieden ter overweging, onderwijzers ter behartiging aanbevolen
Vorige scan Volgende scanScanned page
.273
stelt hem het beeld eener familie voor oogen, welke,
uit verwante stamouders ontsproten, zieh tot op deze
talrijkheid en grootte heeft uitgebreid en vermenigvul-
digd.
Deze onze stamouders (derhalve die van ons land)
maakten uit, en vormen nog, een huis, in hetwelk
een man als vader beveelt en regeert, maar ook voor
allen zorgt. Noemen wij onze woonplaats een Land —,
hoe kunnen wij hem dan een' meer passenden naam
geven, dan dien van Vader des Lands, Landsvader?
De onderwijzer vlecht hier de hoofdtrekken van de
geschiedenis in.
§. 224.
liet is voor ons nu eeu hoofdbelang, ons groote
huis even zoo te leeren kennen, als kinderen hun fa-
miliehuis behooren te kennen.
Nu begint het regelmatig, algemeen geographische on-
derwijs, ten einde het begin van onze woonplaats, en
mitsdien ook hare grenzen en inwendige verdeeling, te
leeren kennen.
Na dit geographisch overzigt geleidt de methode den
leerling in het inwendige van dit huisgezin, met het
doel om hem de wijze, waarop het wordt bestuurd,
zóó te laten opvatten, dat hij geheel de inrigting
daarvan, als ware het, zelf zamenstelt, en de werke-
lijk bestaande als eene uitstekende weldaad moet prij-
zen.
225.
Bij die beschouwing van het inwendige, wordt, vol-
gens den tot dus verre gevolgden gang van het onder-
wijs, uitgegaan van het reeds diep ingeprente denk-
beeld: de Koning, als Landsvader, is Achoofdpersoon,