Boekgegevens
Titel: Het lager onderwijs in betrekking tot de staatsinrigting: eene beoordelende beschouwing van het tegenwoordige onderwijs ...: staatslieden ter overweging, onderwijzers ter behartiging aanbevolen
Auteur: Graser, Johann Baptist
Uitgave: Leyden: D. du Mortier en zoon, 1844
Opmerking: Vert. van: Das Verhältniss der Elementarschule zur Politik der Zeit
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1169 D 21
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204333
Onderwerp: Onderwijs: onderwijssystemen, onderwijsinstellingen: algemeen
Trefwoord: Onderwijsstelsels, Lager onderwijs, Staat (politicologie)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het lager onderwijs in betrekking tot de staatsinrigting: eene beoordelende beschouwing van het tegenwoordige onderwijs ...: staatslieden ter overweging, onderwijzers ter behartiging aanbevolen
Vorige scan Volgende scanScanned page
.272
begrippen zal opdoen? Wat toeli is meer geschikt om
bij onkundigen verkeerd begrepen te worden, dan de
inrigting en de luister van het Bof, en wat kan
meer nadeel berokkenen en onrust zaaijen, dan het be-
rispen en afkeuren van dat alles, in verband met de
op te brengen belastingen?
Daarhenen moet het derhalve door het schoolonder-
wijs gebragt worden, dat de leerling, wanneer hij do
school verlaat, van alles, wat op de inrigting en de
regering zijns lands betrekking heeft, de tneest juiste
en meest voordeelige denkbeelden, en ten gevolge daar-
van voor zijnen Koning 'en zijn Vaderland ook de warm-
ste toegenegenheid opvat.
222.
liet doet den Schrijver gevoelig leed, dat het dool
en de omvang van dit geschrift niet toelaten, het on-
derwijs voor dit — hoogst belangrijke levensperk zoo
volledig, zoo consequent, zoo levendig en met zoo veel
warmte te geven, als de gang der ontwikkeling van
de methode natuurlijk medebrengt. Intusschen zullen
wij ons toch uit de losse trekken van den gang van het on-
derrigt de levendige en vruchtbare betrekking en ge-
dachtewisseling kunnen denken, welke de onderwijzer
dientengevolge met zijne leerlingen hebben kan.
223.
In den geest der methode wordt nu den leerling het
beeld van de woonplaats eener nog al grootere gemeen-
te, dan die men vroeger heeft leeren kennen, voor-
gesteld.
Ten einde het onderwijs op nieuw grondig en vrucht-
baar te maken, leidt de onderwijzer den leerling tot
dat punt terug, waar het onderwij» is aangevangen, en