Boekgegevens
Titel: Het lager onderwijs in betrekking tot de staatsinrigting: eene beoordelende beschouwing van het tegenwoordige onderwijs ...: staatslieden ter overweging, onderwijzers ter behartiging aanbevolen
Auteur: Graser, Johann Baptist
Uitgave: Leyden: D. du Mortier en zoon, 1844
Opmerking: Vert. van: Das Verhältniss der Elementarschule zur Politik der Zeit
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1169 D 21
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204333
Onderwerp: Onderwijs: onderwijssystemen, onderwijsinstellingen: algemeen
Trefwoord: Onderwijsstelsels, Lager onderwijs, Staat (politicologie)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het lager onderwijs in betrekking tot de staatsinrigting: eene beoordelende beschouwing van het tegenwoordige onderwijs ...: staatslieden ter overweging, onderwijzers ter behartiging aanbevolen
Vorige scan Volgende scanScanned page
.271
een grondig en in zijne soort volledig onderwijs over
des leerlings eigen land des tc beter beseffen, moe-
ten wij ook hier in het bijzonder weder eenen blik
werpen op het tot dusverre in zwang zijnde onderwijs.
§. 221.
Het tot hiertoe gebruikelijke onderwijs over eenig
bijzonder land bestond, zoo als uit de openbaar ge-
maakte werken gezien kan worden, in niets meer,
dan in geographische cn statistieke opgaven, terwijl
als hulpmiddel daarbij de kaart van het land werd
gebezigd. De vordering, om zich als wezentlijk onder-
wijs voor het leven te doen kennen, was aan dit on-
derwijs geheel en al onbekend. Uit dien hoofde kon
daarbij ook in 't geheel de rede niet zijn van de
Staatsregeling van het land en al het toeldadige, dat
daarin ligt opgesloten; van de inrigting des Bestuurs
en het doeltreffende daarvan; van de instellingen ter
volksbeschaving en derzelver voortreffelijkheid; van den
luister van het Bof, 'en de noodzakelijkheid daarvan;
van de kerkelijke inrigtingen en de heilzame uitwerk-
selen, welke daarvan verwacht moeten worden; van de
maatregelen voor het in stand houden en onderling ver-
binden van alle deelen des Lands, en de hoogst welda-
dige gevolgen, die daandt voortspruiten ; in '< kort, en ten
slotte, van de algehcele kennis des lands als ons dierbaar
Vuderland en onze heilige verpligtingen jegens hetzelve.
Hoe zullen echter nu uit zulk een onderwijs de
deugden ontkiemen, welke de — Vaderlandsliefde in z ich
besluit? Is het veeleer niet te duchten, dat van al
datgene, waarvan de leerling geene levendige denkbeel-
den erlangt, hij te eenigen tijde, door boosaardige inbla-
zingen, Onjuiste, vijandig gezinde en zeer schadelijke