Boekgegevens
Titel: Het lager onderwijs in betrekking tot de staatsinrigting: eene beoordelende beschouwing van het tegenwoordige onderwijs ...: staatslieden ter overweging, onderwijzers ter behartiging aanbevolen
Auteur: Graser, Johann Baptist
Uitgave: Leyden: D. du Mortier en zoon, 1844
Opmerking: Vert. van: Das Verhältniss der Elementarschule zur Politik der Zeit
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1169 D 21
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204333
Onderwerp: Onderwijs: onderwijssystemen, onderwijsinstellingen: algemeen
Trefwoord: Onderwijsstelsels, Lager onderwijs, Staat (politicologie)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het lager onderwijs in betrekking tot de staatsinrigting: eene beoordelende beschouwing van het tegenwoordige onderwijs ...: staatslieden ter overweging, onderwijzers ter behartiging aanbevolen
Vorige scan Volgende scanScanned page
.268
§. 218.
In de vorige levensbetrekking heeft de methode dett
leerling aanleiding gegeven tot het vormen van eenen
vohin, en om dezen te bezigen tot het teruggeven of
uitdrukken van de verkregene aanschouwelijke kennis.
Daarop geleidt de methode hem nog verder in de beschou-
wing van het leven, ten einde hem van zelve te la-
ten bevatten, dat onze rede, als voorstelling (Angabe)
Tan de eene of andere zaak, ook de daarbij in aan-
merking komende omstandigheden in zich behoort te be-
vatten.
In het nu ingetreden ruimere gebied van het ge-
meenteleven brengt de methode tot het besef, dat
eenvoudige uitdrukkingen, ook met bijgevoegde om-
standigheden, niet toereikend zijn voor het oogmerk, of
tot het bereiken van zijne bedoelingen, maar dat vol-
ledige verhalen noodzakelijk zijn. (Men brengt voor-
beelden bij,) Alsnu laat de methode den leerling in
het spreken zijn eigen leven, of de wijze, waarop hij
zijne spraak bezigt, iu het eene of andere verhaal aan-
schouwen, hetwelk hij moet voordragen, opdat hij
uit zich zelven moge ontwaren, dat hij, zonder er aan
te denken, perioden vormt, en tot dit einde eene andere
soort van woorden, te weten de voegwoorden — sa-
menvoegsels, gebruikt. Zoo breidt zich dan het onder-
wijs van nu af aan uit in de kennis der zamenbindsels
en in de kennis van den vorm eener vertelling.
Deze practische kennis wordt nu door de oefening
bevorderd, dat de leerling van den eenen kant ineen-
gedrongene perioden door het oplossen van de voor-
zetsels in daarmede overeenkomende voegwoorden ont-
bindt , en van den anderen kant te zeer gerekte