Boekgegevens
Titel: Het lager onderwijs in betrekking tot de staatsinrigting: eene beoordelende beschouwing van het tegenwoordige onderwijs ...: staatslieden ter overweging, onderwijzers ter behartiging aanbevolen
Auteur: Graser, Johann Baptist
Uitgave: Leyden: D. du Mortier en zoon, 1844
Opmerking: Vert. van: Das Verhältniss der Elementarschule zur Politik der Zeit
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1169 D 21
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204333
Onderwerp: Onderwijs: onderwijssystemen, onderwijsinstellingen: algemeen
Trefwoord: Onderwijsstelsels, Lager onderwijs, Staat (politicologie)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het lager onderwijs in betrekking tot de staatsinrigting: eene beoordelende beschouwing van het tegenwoordige onderwijs ...: staatslieden ter overweging, onderwijzers ter behartiging aanbevolen
Vorige scan Volgende scanScanned page
.265
wijdeide slechts in zoo verre, ah sij in 't algemeen
op ons leven betrekking heeft.
De kaarten moeten bij deze kennis tot grondslag lig-
gen. Wanneer de allereerste van den leerling zeiven is uit-
gegaan, dan kunnen er hem voorgelegd worden, die
door anderen zijn vervaardigd, en hij zal er mede
weten teregt te komen.
§. 213.
Wij zijn nu op de hoogte, alwaar wij van dat ge-
deelte lands, waarmede de leerling thans moet wor-
den bekend gemaakt, hem niet meer het volledig
ontwerpen van de kaart kunnen opgeven. Ilem wordt
derhalve de kaart van de Provincie voorgelegd, en,
terwijl hij zijne vroeger vervaardigde kaart ter hand
neemt, leert men hem de woonplaats dezer groote
gemeente in al derzelver betrekkingen ten aanzien
van het gemeenteleven kennen.
Daarbij valt wel voornamelijk in acht te nemen, dat
de leerling het voor het gemeenteleven vastgestelde
bestuur, met al deszelfs attributiën, op sich zelve als
noodzakelijk en heilzaam aanzie, en zoo doende zich
van alle instellingen in 't gemeen, en elke in 't bij-
zonder, een gunstig denkbeeld vorme.
§. 214.
De methodische gang ter bereiking van deze gron-
dige kennis bestaat enkel in de voortzetting van den
in de vorige betrekkingen waargenomen,' gang der ont-
wikkeling.
Het gepast gebruik der methode moet noodzakelijker-
wijze hetzelfde doel weder bereiken. De onderwijzer
moet daarom des leerlings blik op de grootere uitge-
breidheid vestigen, en hem zelfs aanwakkeren tot het
19»