Boekgegevens
Titel: Het lager onderwijs in betrekking tot de staatsinrigting: eene beoordelende beschouwing van het tegenwoordige onderwijs ...: staatslieden ter overweging, onderwijzers ter behartiging aanbevolen
Auteur: Graser, Johann Baptist
Uitgave: Leyden: D. du Mortier en zoon, 1844
Opmerking: Vert. van: Das Verhältniss der Elementarschule zur Politik der Zeit
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1169 D 21
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204333
Onderwerp: Onderwijs: onderwijssystemen, onderwijsinstellingen: algemeen
Trefwoord: Onderwijsstelsels, Lager onderwijs, Staat (politicologie)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het lager onderwijs in betrekking tot de staatsinrigting: eene beoordelende beschouwing van het tegenwoordige onderwijs ...: staatslieden ter overweging, onderwijzers ter behartiging aanbevolen
Vorige scan Volgende scanScanned page
.262
het gezigtspunt van die nieuwere en uitgebreidere
betrekking opgenomen te worden, ten einde zich al-
weder in het gemoed des leerlings de overtuiging, niet
alleen van de noodzakelijkheid, maar ook van het
heilzame en weldadige van dusdanige inrigting, vesti-
ge, cn de Godsdienstleer deze beschouwingswijze en
de daaruit voortkomende stemming veredele en hei-
lige.
Tot dit einde moet de methode in de eerste plaats
weder de alzoo meer uitgebreide gemeente tot aan-
schouwing brengen. Daaraan kunnen al die begrippen,
welke zich in des leerlings geest ontwikkelen, tot
meerder klaarheid en duidelijkheid komen en blijvend
in zijn gemoed wortel vatten moeten, zich ook ge-
makkelijker en zekerder vasthechten. Ook hier begint
diensvolgens de methode met het aardrijkskundig on-
derwijs.
S. 210.
liet is noodzakelijk, het aardrijkskundig onderwijs,
volgens liet beginsel en de handelwijze der methode,
te vergelijken met datzelfde onderwijs, zoo als het tot
dusverre werd gegeven, ten einde deszelfs doelmatig-
heid en belangrijkheid voor het leven in zijne gansche
waarde te leeren kennen. Om die reden moeten vvjj,
in de eerste plaats, op het tot hiertoe gebruikelijke
onderwijs opmerkzaam maken.
S- 211.
Dat het tot dusverre gebruikelijke onderwijs allen ge-
pasten grondslag derft, en reeds daarom het ouderwij-
zen der geographie niet met den naam van onderrigt
kan bestempeld worden, is vroeger reeds aangewezen.
Maar hier vragen wij nu eerst naar het doel van dit