Boekgegevens
Titel: Het lager onderwijs in betrekking tot de staatsinrigting: eene beoordelende beschouwing van het tegenwoordige onderwijs ...: staatslieden ter overweging, onderwijzers ter behartiging aanbevolen
Auteur: Graser, Johann Baptist
Uitgave: Leyden: D. du Mortier en zoon, 1844
Opmerking: Vert. van: Das Verhältniss der Elementarschule zur Politik der Zeit
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1169 D 21
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204333
Onderwerp: Onderwijs: onderwijssystemen, onderwijsinstellingen: algemeen
Trefwoord: Onderwijsstelsels, Lager onderwijs, Staat (politicologie)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het lager onderwijs in betrekking tot de staatsinrigting: eene beoordelende beschouwing van het tegenwoordige onderwijs ...: staatslieden ter overweging, onderwijzers ter behartiging aanbevolen
Vorige scan Volgende scanScanned page
.261
geest haat, daarvan een' afschuw heeft en denzelven
dus verwijderd houdt. De volledige voorstelling van
den hiertoe hetrekkelijken methodischen gang kan maar
in het werk zelf: Elementarschule für das Leben, ge-
geven worden.
§. 208.
De leerhng wordt van nu af aan in een' zoo uitge-
breiden levenskring geleid, dat het aanschouwelijke
onderwijs niet meer kan plaats grijpen; maar het voor-
stellingsvermogen moet nu te baat worden genomen,
ten einde thans alle kennis in middellijke voorstellingen
of in juiste begrippen te laten opvatten.
Doch de leerling is nu ook door de tot hiertoe ge-
bezigde oefening zijns verstands zoo ver gekomen, dat
hij in staat is, door middel van de voorstellingen zich
klare begrippen van een voorwerp, hetzij van stoffe-
lijken of van geestelijken aard, te vormen.
S. 209.
Volgens de klassen - verdeeling der Aanvangsschool
voor het Leven komt onze leerling nu in de tweede
hoofdklasse, en wij geleiden hem bij de intrede in
dezelve in het groote gebied van het leven, dat
onder een hooger ambtspersoon het doel van welvaart
en geluk te gemoet gaat.
De taak van het onderwijs in deze klasse is dezelf-
de als in de vorige kringen — de levensbetrekking dezer
grootere gemeente moet men leeren kennen, zoowel in
opzigt tot hare geographische uitgebreidheid, als in
de menigvuldigere voorwaarden, onder welke zij bestaat.
De vakken van onderrigt zijn diensvolgens dezelfde,
als in de vorige kringen, in een physiek en moreel
opzigt; doch zij behooren ook" alle uitsluitend van uit