Boekgegevens
Titel: Het lager onderwijs in betrekking tot de staatsinrigting: eene beoordelende beschouwing van het tegenwoordige onderwijs ...: staatslieden ter overweging, onderwijzers ter behartiging aanbevolen
Auteur: Graser, Johann Baptist
Uitgave: Leyden: D. du Mortier en zoon, 1844
Opmerking: Vert. van: Das Verhältniss der Elementarschule zur Politik der Zeit
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1169 D 21
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204333
Onderwerp: Onderwijs: onderwijssystemen, onderwijsinstellingen: algemeen
Trefwoord: Onderwijsstelsels, Lager onderwijs, Staat (politicologie)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het lager onderwijs in betrekking tot de staatsinrigting: eene beoordelende beschouwing van het tegenwoordige onderwijs ...: staatslieden ter overweging, onderwijzers ter behartiging aanbevolen
Vorige scan Volgende scanScanned page
.257
Wij lijn thans met het beschouwen van het leven
in gemeenschap tot die hoogte gekomen, dat het on-
derlinge verkeer niet zoo zeer enkel bij monde, als
vrel door geschrift kan worden gevoerd. De leerling
moet nu leeren inzien, dat, wanneer de mensehen
van de opgedane kennis aangaande de schriftelijke gedach-
tewisseling gebruik willen maken, zij fraai en juist
gedacht moeten schrijven, — fraai, opdat men hunne
mededeeling gemakkelijk, zeker en gaarne moge lezen;
juist gedacht, omdat, indien zulks niet het geval is,
zij ook niet verstaan worden en de schriftelijke, me-
dedeeling bij gevdg wordt verijdeld.
De methode le^ het er, aan haar beginsel getrouw,
op toe, om den leerling het inzigt in de hier ge-
dachte betrekking en de overtuiging van het nut
van het fraai schrijven, en overeenkomstig de regelen
der spraakkunst spellen, uit zich zeiven, en insgelijks
ah ware het door aanschouwing, te doen erlangen. Daar-
toe bezigt zij het mondeling onderhoud, door wel te
laten opmerken de voorwaarden eener verstaanbare en
met welgevallen aangehoorde spraak, de gebreken van
de daaraan tegenovergestelde, en zoo wel met de eene
als met de andere laat vergelijken die van de schrift -
spraak, dat is, de spraak voor het gezigt in verge-
lijking stelt met die voor het gehoor, b. v. naast
hetgeen men hoort datgene plaatst, wat gelezen kan
worden, enz.
Alzoo geeft ook de methode onderrigt in het schoon-
schrijven, zonder een of ander schrijfvoorbeeld; want
de leerling moet het zich zeiven leeren. Doe vormend
zulk een onderwijs is, kan ieder zich voorstellen;
doch van welk gevolg het voor het allernaaste doel.