Boekgegevens
Titel: Het lager onderwijs in betrekking tot de staatsinrigting: eene beoordelende beschouwing van het tegenwoordige onderwijs ...: staatslieden ter overweging, onderwijzers ter behartiging aanbevolen
Auteur: Graser, Johann Baptist
Uitgave: Leyden: D. du Mortier en zoon, 1844
Opmerking: Vert. van: Das Verhältniss der Elementarschule zur Politik der Zeit
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1169 D 21
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204333
Onderwerp: Onderwijs: onderwijssystemen, onderwijsinstellingen: algemeen
Trefwoord: Onderwijsstelsels, Lager onderwijs, Staat (politicologie)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het lager onderwijs in betrekking tot de staatsinrigting: eene beoordelende beschouwing van het tegenwoordige onderwijs ...: staatslieden ter overweging, onderwijzers ter behartiging aanbevolen
Vorige scan Volgende scanScanned page
13
gewenschte vruchten worden verwacht, zonder aan hei
Onderwijs een bepaald en daarop betrekkelijk doelwit aan
te wijzen, en in het opvolgen van het daaruit voort-
gevloeide en daarop gebouwde plan van onderwijs met
de meeste gezetheid aan te dringen.
Deze divaling is juist in constitutionele staten te be-
denkelijker, nademaal in deze reeds door de staatsinrig-
ting zelve het verstand tot het bespreken van de hande-
lingen der regering opgetoekt, door het invoeren van ver-
schillende instellingen ( b. v. Gemeente - en Districtsraden,
Vertegenwoordigende kamers) op eene vleijende wijze
aangemoedigd, en door werkzaam te zijn in de eene zoo
wel als in de andere van die betrekkingen, maar al' te
ligt tot zelfzuchtigen eigenwaan verleid wordt. Kunnen
dan in die staten wel andere dan de ergerlijkste gevol-
gen worden geivacht van dat gebrek aan eene op goede
beginselen en gronden gebouiodc gemeenzame opleiding?
De massa, als zoodanig, kan zich verstandelijk niet
verheffen, en uit dien hoofde komen doorgaans slechts
enkele weinigen uit den grooten hoop als opborrelen, die
in de raadsvergaderingen, bij het stilzwijgen van de groo-
te meerderheid — tot heil des Lands? — ijverig in de
weer zijn en veel spreken, doch niet zelden uit eigenbelang
en roemzucht zich zelven trachten in het licht te stellen
en te verheffen, derhalve anderen in het spreken te over-
treffen , of door praatzieke tegenspraak de beraadslagin-
gen noodsloos rekken, en de door de regering gewensch-
te uitkomsten moeijelijk maken.
Het bedenkelijkste nogtans bestaat hierin, dat onder, de
ontevredenen erv kwalijkgezinden over 't geheel de geest
vaii tegenstreving wordt geprikkeld en gaande gemaakt,
naardom zoo vele wijze schikkingen der regering, voor