Boekgegevens
Titel: Het lager onderwijs in betrekking tot de staatsinrigting: eene beoordelende beschouwing van het tegenwoordige onderwijs ...: staatslieden ter overweging, onderwijzers ter behartiging aanbevolen
Auteur: Graser, Johann Baptist
Uitgave: Leyden: D. du Mortier en zoon, 1844
Opmerking: Vert. van: Das Verhältniss der Elementarschule zur Politik der Zeit
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1169 D 21
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204333
Onderwerp: Onderwijs: onderwijssystemen, onderwijsinstellingen: algemeen
Trefwoord: Onderwijsstelsels, Lager onderwijs, Staat (politicologie)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het lager onderwijs in betrekking tot de staatsinrigting: eene beoordelende beschouwing van het tegenwoordige onderwijs ...: staatslieden ter overweging, onderwijzers ter behartiging aanbevolen
Vorige scan Volgende scanScanned page
.251
dan, alzoo, volgens den eisch van het onderwijs voor
het leven, de grondvestiging van de godsdienst in het
verstand cn het hart der menschen voornamelijk wordt
gevorderd, en deze wel inzonderheid uit hoofde van
de behoeften des tijds noodzakelijk wordt; moest de
handelwijze der methode, en van hetgeen zij uit-
werkt met betrekking tot dit belang, uitvoeriger wor-
den voorgedragen. Ja, het is voor dc bedoeling van
dit geschrift noodzakelijk, om het godsdienstig onder-
wijs , zoo als het, de van onds gebruikelijke wijze
volgende, nog zoo algemeen wordt gegeven, met de door
ons bedoelde handelwijze meer bepaald te vergelijken.
Wanneer een cathechismus bij de Katholijken aan-
vangt met de vraag: Wat is een Katholijk Christen-
mensch? of: Waaruit kan men God kennen? en het
antwoord volgt dan: uit de lYatUur en uit het Geloof;
of, wanneer een andere reeds bij den aanhef de vra-
gen behandelt: Hoe veel Goden zijn er ? of: Hoe ve-
lerlei is God? cn daarop de leer laat volgen van het-
geen de enkele personen der Godheid voor ons ver-
rigt hebben; of, wanneer weder een ander zijn be-
gin maakt met de verklaring van Gods eigenschap-
pen ; — welke Godsdienst, welk levend en vruchtbaar
geloof kan dan wel in 's kinds gemoed worden ge-
vestigd ? Wat toch kan het vrome onderwijs, indien
het den boven beschrevenen grondslag mist, voor het
echt godsdienstige leven uitwerken ? — Wat anders, dan
een — aangeleerd Christendom, hetvvelk zijne gansche
waarde stelt in het woord: ik geloof, hetwelk bij
velen de ware beteekenis derft, en in de eveneens aan-
geleerde , en daarom ^mede niet begnepene en de ware be-
teekenis missende uitoefening van dc openbare cercdicüst ?