Boekgegevens
Titel: Het lager onderwijs in betrekking tot de staatsinrigting: eene beoordelende beschouwing van het tegenwoordige onderwijs ...: staatslieden ter overweging, onderwijzers ter behartiging aanbevolen
Auteur: Graser, Johann Baptist
Uitgave: Leyden: D. du Mortier en zoon, 1844
Opmerking: Vert. van: Das Verhältniss der Elementarschule zur Politik der Zeit
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1169 D 21
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204333
Onderwerp: Onderwijs: onderwijssystemen, onderwijsinstellingen: algemeen
Trefwoord: Onderwijsstelsels, Lager onderwijs, Staat (politicologie)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het lager onderwijs in betrekking tot de staatsinrigting: eene beoordelende beschouwing van het tegenwoordige onderwijs ...: staatslieden ter overweging, onderwijzers ter behartiging aanbevolen
Vorige scan Volgende scanScanned page
.249
en het geloof, dat er een alwetende en alvermogende
Geest bestaat, die zoo wel voor het eene als voor al
het andere zorgt, en een oogopslag op de bezielde en
magtig bewogen natuur doet dit geloof klimmen tot
eene verrukkende zekerheid.
199.
Van nu af aan wordt alles als met een hemelsch
lieht bestraald, en alle kundigheden verkrijgen,
ondergeschikt aan deze, een onwederstaanbaar ver-
mogen op de gezindheid en den wil des mensehen;
want God, de oneindige Geest, heerscht en werkt
in het gansche heelal; van Hem is alles, wat bestaat j
alles, wat de natuur verschaft en voortbrengt voor
ons leven — is enkel uitvloeisel van de Goddelijke
liefde en goedheid; welke inrigting de maatschappij
ook moge hebben tot heil van het geheel, het is
slechts schikking van de wijze Voorzienigheid. God is
overal tegenwoordig, eUie blik in het leven der na-
tuur ziet Hem,' en elke blik in ons inwendige ont-
waart Hemj want overluid zegt mij mijn geweten,
dat de Oneindige mij deze boven het dier verhevene
natuur liet ten deel vallen (Aldus valt het vorige
onderwijs aangaande den mensch ook hier weder in).
§. 200.
Welke zinrijke, welke hartelijke Godsdienst nu op
deze wijze in het gemoed des kinds moet gegrondvest
worden, kan voorzeker slechts de zielkundige zich
voorstellen; nogtans zal de man van het onderwijs,
die tevens opvoeder is, dezelve insgelijks met zielver-
heffende vreugde in de werkelijkheid ondervinden.
Hij moet dit wel alzoo ondervinden, indien het denk-
beeld van God op deze wijze in de kinderlijke ziel is te
18*