Boekgegevens
Titel: Het lager onderwijs in betrekking tot de staatsinrigting: eene beoordelende beschouwing van het tegenwoordige onderwijs ...: staatslieden ter overweging, onderwijzers ter behartiging aanbevolen
Auteur: Graser, Johann Baptist
Uitgave: Leyden: D. du Mortier en zoon, 1844
Opmerking: Vert. van: Das Verhältniss der Elementarschule zur Politik der Zeit
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1169 D 21
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204333
Onderwerp: Onderwijs: onderwijssystemen, onderwijsinstellingen: algemeen
Trefwoord: Onderwijsstelsels, Lager onderwijs, Staat (politicologie)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het lager onderwijs in betrekking tot de staatsinrigting: eene beoordelende beschouwing van het tegenwoordige onderwijs ...: staatslieden ter overweging, onderwijzers ter behartiging aanbevolen
Vorige scan Volgende scanScanned page
.244
deele al deu ophef verdiende, dien men goed vond
daarvan te maken.
De methode voor het aanvankelijke menschcnonderrigt
wordt alzoo verklaard niets meer te wezen dan eene
beweging, die alleen uitloopen zon op het leeren van
het abé. Deze uitspraak, die nog wel uit den mond
van aanzienlijken is gekomen, onderdrukte de beoefe-
ning en de kennis der methode van het oogenblik
af, waarop zij eenige bekendheid begon te erlangen.
Toen verheugden zich de ijdelheid van vele schoolbe-
stuwders en de traagheid von eene menigte onderwijzers.
De eerste had niets van haar aanzien te verliezen,
wijl zij niet gedwongen werd een ander stelsel te hul-
digen, en de laatste behoefde niet beschroomd te zijn
voor eenige verstoring van het tot dusver genoten gemak.
Maar de onkunde, of eigenlijk het gebrek aan ken-
nis van de zaak, gaf aanleiding, dat ook bij hoog ach-
tenswaardige geleerden zwarigheden tegen de uitbrei-
ding der methode bleven bestaan. Zij erkenden wel
het geldige der grondstellingen en de daaruit afgelei-
de gevolgtrekkingen; maar van de mogelijkheid der
practische uitvoering konden zij zich geen denkbeeld
vormen, en dit gevoelen gaven zij, onder anderen ook
de vereerenswaardige denzel, onverholen te kennen.
Anderen stemden wel toe de mogelijkheid der practische
uitvoering, maar alleen met een klein getal leerlingen,
en niet in eene talrijk, bezette school. Beide die wij-
zen van beschouwing waren alzoo der verdere ver-
breiding van de zaak zeer hinderlijk. Zij waren oor-
zaak , dat menig kundig practisch schoolman voor eene
onbevangen beoefening der methode des te meer te-
rugdeinsde, daar toch de geleerdheids - trots in den