Boekgegevens
Titel: Het lager onderwijs in betrekking tot de staatsinrigting: eene beoordelende beschouwing van het tegenwoordige onderwijs ...: staatslieden ter overweging, onderwijzers ter behartiging aanbevolen
Auteur: Graser, Johann Baptist
Uitgave: Leyden: D. du Mortier en zoon, 1844
Opmerking: Vert. van: Das Verhältniss der Elementarschule zur Politik der Zeit
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1169 D 21
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204333
Onderwerp: Onderwijs: onderwijssystemen, onderwijsinstellingen: algemeen
Trefwoord: Onderwijsstelsels, Lager onderwijs, Staat (politicologie)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het lager onderwijs in betrekking tot de staatsinrigting: eene beoordelende beschouwing van het tegenwoordige onderwijs ...: staatslieden ter overweging, onderwijzers ter behartiging aanbevolen
Vorige scan Volgende scanScanned page
.240
tijd, waarin wij leven, in het oogloopend te maken,
dienen wij ons de opmerking weder te binnen te bren-
gen, welke wij over de bedenkelijke gevolgen van een
geest - en zinloos leesonderrigt hebben opgeteekend. (Zie
do §§. 73, 74 v. V.) In tegenoverstelling daarvan
nemen wij nu in overweging, dat bij ons lees- en
sehrijfonderrigt reeds het idee van het gemeenschappe-
lijk leven in een wederzijdsch verkeer tot grondslag is
aangenomen, en de leerling, die zich in het be-
zit zal stellen van dit algemeene middel van gezellig
verkeer, steeds de voorwaarden, voorregten, en weldaden
van dat leven als stof tot oefening verkrijgt voor het
onderwijs, dat hij zich moet eigen maken.
§. 194.
Om evenwel den belangrijken invloed dezer onder-
rigts - methode op het door ons bedoelde belang van
den tijd nog beter te kunnen waarderen, moeten wij
de volgende opmerking hier in overweging nemen.
Het verstandelijk leven moet, eveii als dat der
plant en van het dier, door alzijdigen van buiten ko-
menden invloed zich onafgebroken in den tijd ontwik-
kelen en vormen. Deze vorming had ook bij het kind
plaats — tóór het ter school begon te komen, als wan-
neer hem van alle kanten, en onophoudelijk, voor-
stellingen werden bijgebragt, welke steeds op het wèl
slagen van zijn leven betrekking hadden. Zoodra nu
de bijzondere of openbare school den jeugdigen mensch
opneemt, moet van dit tijdperk des levens af het onderwijs
het door deszelfs invloed zich tot taak stellen, om de
vorming voor het leven alzijdig en gelijkmatig te doen
voortgaan. Deze eisch kan echter maar alleen door
de methode van het aanvankelijke onderwijs vervuld