Boekgegevens
Titel: Het lager onderwijs in betrekking tot de staatsinrigting: eene beoordelende beschouwing van het tegenwoordige onderwijs ...: staatslieden ter overweging, onderwijzers ter behartiging aanbevolen
Auteur: Graser, Johann Baptist
Uitgave: Leyden: D. du Mortier en zoon, 1844
Opmerking: Vert. van: Das Verhältniss der Elementarschule zur Politik der Zeit
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1169 D 21
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204333
Onderwerp: Onderwijs: onderwijssystemen, onderwijsinstellingen: algemeen
Trefwoord: Onderwijsstelsels, Lager onderwijs, Staat (politicologie)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het lager onderwijs in betrekking tot de staatsinrigting: eene beoordelende beschouwing van het tegenwoordige onderwijs ...: staatslieden ter overweging, onderwijzers ter behartiging aanbevolen
Vorige scan Volgende scanScanned page
.237
brek aan alle genoegen aan zijn eerstbeginuend onder-
wijs, en door zeer langzaam voortgaande vorderingen, i
aan den dag. Een leerling, die volgens den gang der
onderwijs-methode het lezen leert, leert niet uitslui-
tend dit lezen; maar hij leert ook het sehrijven, en
wel volgens voorzeggen en volgens de regelen der
spelling, in eenige — niet maanden, maar — weken,
en leert het daarenboven nog met lust en genoegen.
(In de talrijkste seholen is de daarvoor noodige tijd
slechts op eenige maanden vastgesteld.) Van de vau
oudsher bestaande schoolmeesters-seholen, welke meer-
dere jaren grootendeels met het erbarmelijke leesonder-
wijs zoek brengen, zullen wij geen gewag maken;
maar dc hunne lees-leerwijze zoo hoog verheffende
voorstanders der klankmethode moeten wij tot eene
naauwgezette opmerkzaamheid en eene onbevangene ver-
gelijking van de uitkomsten hunner lees • leerwijze met
de hier bedoelde uitnoodigcn.
Doch die voorbeeldeloos snelle uitkomst van de toe-
passing der methode van onderwijs wordt hier in geenen
deele aangehaald, om juist deze bij voorkeur te roe-
men , alzoo zij op zich zelve het geringste voordeel daar-
van is; de wezentlijke voordeden echter moeten wij
nog meer bijzonder in het licht stellen.
§. 190.
Het eerste en voornaamste is, dat de leerling te-
vens ook tot de elementaire kennis der taal geraakt
door een verstandelijk onderwijs, en mitsdien de taal
als een voornaam vormings - middel reeds van onderen
op wordt gebezigd.
Wie ook is iu staat het nadeel van het verwaar-
loozen van dit voorname hulpmiddel voor de ver-