Boekgegevens
Titel: Het lager onderwijs in betrekking tot de staatsinrigting: eene beoordelende beschouwing van het tegenwoordige onderwijs ...: staatslieden ter overweging, onderwijzers ter behartiging aanbevolen
Auteur: Graser, Johann Baptist
Uitgave: Leyden: D. du Mortier en zoon, 1844
Opmerking: Vert. van: Das Verhältniss der Elementarschule zur Politik der Zeit
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1169 D 21
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204333
Onderwerp: Onderwijs: onderwijssystemen, onderwijsinstellingen: algemeen
Trefwoord: Onderwijsstelsels, Lager onderwijs, Staat (politicologie)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het lager onderwijs in betrekking tot de staatsinrigting: eene beoordelende beschouwing van het tegenwoordige onderwijs ...: staatslieden ter overweging, onderwijzers ter behartiging aanbevolen
Vorige scan Volgende scanScanned page
236
§. 188.
Züodra hij echter deze oefening tot een zes en twin-
tigtal letters heeft voortgezet, is hij in staat iets, wat
hem voorgezegd wordt, op te schrijven, dat is, de
rede, die hem ter mededeeling aan anderen, welke
dezelve niet hooren, wordt voorgesproken, schriftelijk,
dat wil zeggen: voor het gezigt van die personen,
voor te stellen.
Maar, hoe staat het nu met het lezen - leeren ? Wie
den gang van deze methode van onderwijs met op-
merkzaamheid heeft gevolgd, zal dergelijke vraag wel
niet opwerpen; want dit is wel duidelijk, dat hij,
die zelfwerkend een woord ternederstelt, het ook moet
kunnen lezen, nademaal hij het figuurlijk uit zich
zelven heeft voortgebragt. — Doch op gelijke wijze
moet hij 't, in dezelfde vormen door anderen voor zijne
aanschouwing voorgesteld, insgelijks kunnen bevatten,
dat is, kunnen lezen.
§. 189.
Uit dien hoofde is slechts dit het ware lees-onderwijs,
dewijl 't het natuurlijke gevolg van de schriftelijke voort-
brenging der woorden is. — Het tot hiertoe gevolgde is in
strijd met den gang der natuur; want het woord moet
toch wel eerst schriftelijk zijn voortgebragt, alvorens aan
het lezen kan gedacht worden. Daarom is ook het
lezen - leeren, tegen dezen natuurlijken gang in, eene
wezentlijke pijnbank en eene ware kwelling, welke den
menschehjken geest wordt aangedaan, en welke hij
slechts daarom dnldt, dewijl hij nog te zwak is om
er zich tegen te verweren. Intusschen legt hij toch
dit dulden van eene tegennatuurlijke behandeling, zoo
al niet door openbaar tegenstreven, dan toch door gc-