Boekgegevens
Titel: Het lager onderwijs in betrekking tot de staatsinrigting: eene beoordelende beschouwing van het tegenwoordige onderwijs ...: staatslieden ter overweging, onderwijzers ter behartiging aanbevolen
Auteur: Graser, Johann Baptist
Uitgave: Leyden: D. du Mortier en zoon, 1844
Opmerking: Vert. van: Das Verhältniss der Elementarschule zur Politik der Zeit
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1169 D 21
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204333
Onderwerp: Onderwijs: onderwijssystemen, onderwijsinstellingen: algemeen
Trefwoord: Onderwijsstelsels, Lager onderwijs, Staat (politicologie)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het lager onderwijs in betrekking tot de staatsinrigting: eene beoordelende beschouwing van het tegenwoordige onderwijs ...: staatslieden ter overweging, onderwijzers ter behartiging aanbevolen
Vorige scan Volgende scanScanned page
.235
gen tijd, zijne waarnemingen voortzet. — De uitkomst
dier waarnemingen geleidt natuurlijk tot de gedachte,
dat, indien wij voor elke zoodanige beweging van den
sprekenden mond een teeken plaatsen, wij, om zoo te
zeggen, het woord uit den mond afteekenen, en dat
dit afgeteekende woord, aan iemand anders voorgehou-
den, het gesprokene woord vervangt, zelfs dan, wan-
neer hij ons ook al niet kan hooren spreken. — Als-
nu wordt tot een beraadslagend gesprek overgegaan,
ten einde tot een besluit te komen ten aanzien van
de teekens, welke wij voor de bewegingen van den
sprekenden mond wel het meest gepast, ten minste
op de meest voegzame wijze, zullen bezigen.
Deze beraadslaging is zoo onderhoudend als voortref-
felijk onderrigtend en vormend. Zij heeft het maken
van de letters ten gevolge, en de methode houdt zich
hier op het strengste aan het beginsel: Niets mag geleerd
worden, zelfs geene letter; want geene enkele let-
ter wordt voorgeteekend, veel min ter vorming
van dezelve des leerlings hand bestuurd; maar hij zelf
vormt elke letter naar aanleiding van het met den
onderwijzer gehouden overleg over het te bezigen tee-
ken, hetwelk het best met de stelling van den mond
zal overeenkomen. De letter wordt, als zoodanig, niet
op zich zelve en afzonderlijk geschreven, maar de ge-
deelten van het woord worden zoo aan elkander ge-
voegd, als zij aan den sprekenden mond volgen.
De leerling leert alzoo eene rede opschrijven, terwijl
hij zich in het vervaardigen der letters, als de aan-
schouwelijke deelen van de enkele woorden derzelve,
oefent.