Boekgegevens
Titel: Het lager onderwijs in betrekking tot de staatsinrigting: eene beoordelende beschouwing van het tegenwoordige onderwijs ...: staatslieden ter overweging, onderwijzers ter behartiging aanbevolen
Auteur: Graser, Johann Baptist
Uitgave: Leyden: D. du Mortier en zoon, 1844
Opmerking: Vert. van: Das Verhältniss der Elementarschule zur Politik der Zeit
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1169 D 21
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204333
Onderwerp: Onderwijs: onderwijssystemen, onderwijsinstellingen: algemeen
Trefwoord: Onderwijsstelsels, Lager onderwijs, Staat (politicologie)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het lager onderwijs in betrekking tot de staatsinrigting: eene beoordelende beschouwing van het tegenwoordige onderwijs ...: staatslieden ter overweging, onderwijzers ter behartiging aanbevolen
Vorige scan Volgende scanScanned page
.233
§. 187.
De methode van onderwijs laat, even als in liet
vorige, in haren gang van de ontwikkeling der ken-
nis van de behoeften van het tezamenleven, den leer-
ling ongemerkt tot het inzigt komen, dat de taal de
hoogste behoefte, en mitsdien derzelver bezit de hoog-
ste weldaad van het tezamenleven is. Nu moet dc
leerling het tezamenleven der menschen spoedig in
die uitgebreidheid leeren kennen, dat de gesproken
taal, of de taal der geluiden, niet meer aan de be-
hoefte beantwoordt, en men bij gevolg op eene taal
bedacht moet wezen, welke de taal der geluiden kan
vervangen. Dit is eene taal voor het gezigt.
Ingevolge den eiseh van het beginsel der leer van
het onderwijs, moet echter de leerling elke kennis
door zich zeiven zich eigen maken, en wel door mid.
del van de aanschouwing van zich zeiven in het le-
ven. Naar aanleiding van dit grondbeginsel moet nu
de leerling ook van zelve tot de overtuiging geraken,
dat wij, onmiddellijk met elkander in aanraking ko-
mende, eene taal spreken, wélke, zonder klank of ge-
luid, slechts voor het gezigt verneembaar is. De taal
der teekens, gebaarden, met één woord der pantomime,
is over 't algemeen eene spraak voor het gezigt. —
De bewegingen, gebaarden of miencn, of pantomime,
zijn slechts teekens, welke woorden en volzinnen aan-
duiden. Zij kunnen derhalve in woorden en volzin-
nen worden overgebragt. De leerling overtuigt zich
daarvan van zelve, door het vernemen van' de betee-
kenis, welke aan de onder ons gewone teekenspraak
gegeven wordt. Maar op deze wijze komt hij ook tot
het inzigt, dat het eigenlijk hetzelfde is, zaken in de
17»