Boekgegevens
Titel: Het lager onderwijs in betrekking tot de staatsinrigting: eene beoordelende beschouwing van het tegenwoordige onderwijs ...: staatslieden ter overweging, onderwijzers ter behartiging aanbevolen
Auteur: Graser, Johann Baptist
Uitgave: Leyden: D. du Mortier en zoon, 1844
Opmerking: Vert. van: Das Verhältniss der Elementarschule zur Politik der Zeit
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1169 D 21
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204333
Onderwerp: Onderwijs: onderwijssystemen, onderwijsinstellingen: algemeen
Trefwoord: Onderwijsstelsels, Lager onderwijs, Staat (politicologie)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het lager onderwijs in betrekking tot de staatsinrigting: eene beoordelende beschouwing van het tegenwoordige onderwijs ...: staatslieden ter overweging, onderwijzers ter behartiging aanbevolen
Vorige scan Volgende scanScanned page
.231
lualkundig onderwijs in de lagere scholen eerst in de
hoogere klassen ter hand genomen, naardien de onder-
wijzers, met hnnne gewone kortzigtigheid op het ge-
bied van het onderwijs, in 't geheel geen denkbeeld
hebben van de mogelijkheid, om ook dit leervak even
zoo methodisch van onderen op te behandelen, als dc
andere vakken, cn uit dien hoofde nog minder de
noodzakelijkheid en den aard en de wijze van deze be-
handeling bevatten.
§. 185.
De ware methode van onderwijs zal derhalve aan-
toonen, dat en hoe het belangrijkste vak van onder-
wijs — behalve dat van dc Godsdienst — even als
elk ander vak, ook bij het begin, verstandig,
en vooral verstandig werkend, kan en moet gegeven
worden.
§.'l86.
Dc methode van het allereerst begin van het taal-
kundig onderwijs is namelijk het onderwijs in het
lezen en schrijven.
Zoo? Hebben dan de tot dus verre bestaande seho-
len niet ook met deze beide leervakken hun onder-
wijs begonnen? Ja, voorzeker; maar wij hebben het
boven in de beoordeeling daarvan opgemerkt, dat het
lezen, als het eerste van die twee leervakken, eigen-
lijk zotider overleg en werktuigelijk den leerling wordt
medegedeeld (zoo als men den vogel het spreken
leert); want, wanneer de leerling wordt beziggehou-
den met het noemen der letters, of het nagalmen
der klanken, dan wordt daarbij voorzeker wel niet
meer verrigt, dan bij het onderwijzen van eenen pa-
pegaai , als wanneer misschien de woorden maar eeni-
17