Boekgegevens
Titel: Het lager onderwijs in betrekking tot de staatsinrigting: eene beoordelende beschouwing van het tegenwoordige onderwijs ...: staatslieden ter overweging, onderwijzers ter behartiging aanbevolen
Auteur: Graser, Johann Baptist
Uitgave: Leyden: D. du Mortier en zoon, 1844
Opmerking: Vert. van: Das Verhältniss der Elementarschule zur Politik der Zeit
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1169 D 21
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204333
Onderwerp: Onderwijs: onderwijssystemen, onderwijsinstellingen: algemeen
Trefwoord: Onderwijsstelsels, Lager onderwijs, Staat (politicologie)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het lager onderwijs in betrekking tot de staatsinrigting: eene beoordelende beschouwing van het tegenwoordige onderwijs ...: staatslieden ter overweging, onderwijzers ter behartiging aanbevolen
Vorige scan Volgende scanScanned page
.227
sehen zoo lang blijven plaats grijpen, als zij geen, als
wrare het aanschouwelijk, onderwijs over het wezen
des menschen erlangen, ten einde bij de overtreding
van een gebod, of bij het verzuimen van eene ver-
pligting, de schuld te vinden in het gemis aan eenen
ernstigen wil en een redelijk begeeren, waarmede zij
de hun van God verleende voorregten van verstand
en vrijen wil behooren aan den dag te leggen, en
hunne waarde als evenbeeld van God, in tegenstelling
van de dieren, te handhaven.
Leert den mensch zijn naar Gods beeld geschapen
wezen door zelfaanschouwing kennen, dan zal hij de
geboden van God als de bepaalde uitdrukkingen van
den Goddelijken wil tot het doen gelden van hetgeen
hij als mensch behoort te wezen, vereeren, en hel
niet eerder wagen, God om vergiffenis voor eene zonde
te bidden, dan na vooraf zijn binnenste in eene ge-
heel tegenovergestelde stemming gebragt te hebben f en
ook bovendien geene ophefing van de verdiende straf
verwachten, zoo lang hij niet zijne verdiende straf-
schuldigheid door eene tegenovergestelde gezindheid en
handelwijze hopen kan te hebben weggenomen.
Tot zulk eene heilzame godsdienstkennis kan even-
wel de mensch geraken, onder de voorwaarde, dat de
methode van het aanvankelijke onderwijs het ware ze-
delijke inzigt bij het eerste onderwijs der kinderen be-
werkt, door reeds op den tweeden trap van het on-
derwijs uit de zich zelve aanschouwende kinderlijke
ziel de kennis van het zedelijke wezen van den mensch
te laten voortkomen; want later laat zich dit inwen-
dige zedelijke inzigt met alle Katechisatiën en Predi-
katiën niet meer tot een eigendom van den jeugdigen