Boekgegevens
Titel: Het lager onderwijs in betrekking tot de staatsinrigting: eene beoordelende beschouwing van het tegenwoordige onderwijs ...: staatslieden ter overweging, onderwijzers ter behartiging aanbevolen
Auteur: Graser, Johann Baptist
Uitgave: Leyden: D. du Mortier en zoon, 1844
Opmerking: Vert. van: Das Verhältniss der Elementarschule zur Politik der Zeit
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1169 D 21
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204333
Onderwerp: Onderwijs: onderwijssystemen, onderwijsinstellingen: algemeen
Trefwoord: Onderwijsstelsels, Lager onderwijs, Staat (politicologie)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het lager onderwijs in betrekking tot de staatsinrigting: eene beoordelende beschouwing van het tegenwoordige onderwijs ...: staatslieden ter overweging, onderwijzers ter behartiging aanbevolen
Vorige scan Volgende scanScanned page
.226
§. 182.
Het belangrijkste vak van onderrigt, hetwelk op de-
«en leeftijd voorkomt, is do kennis van den Mensch
( Anthropologie ).
Wij hebben boven, bij de beoordeeling van de door
ons met de benaming van verlichtings - scholen bestem-
pelde scholen, opgemerkt, hoe gevaarlijk dit onderwijs
voor de jeugd kaa worden, wanneer het in deszelfs
grootste uitgebreidheid wordt genomen. Maar wij mo-
gen ook niet onopgemerkt laten, welk nadeel het ge-
mis van een welgeordend (methodisch) onderwijs na
zich sleept.
Wat is wel de oorzaak van de betreurenswaardige
verkeerde denkwijze van het volk ten aanzien van
zijne Godsdienst, ten gevolge waarvan het ligtzinnig
van de eene overtreding in de andere vervalt, zich
daarmede geruststellende, dat, wanneer het God om
vergiffenis bidt voor die misslagen, die vergiffenis, en
met dezelve het achterblijven van de verdiende straf,
er ook op volgen zal. Deze verkeerde denkwijze heeft
gewis hare gi-ondoorzaak in de onkunde ten aanzien
van des menschen inwendige gesteldheid.
Het volk neemt, namelijk, geheel zijné practische
Godsdienst, even als bij de burgerlijke wetgeving,
voor het gansehe zamenstel van de (van buitenaf ge-
gevene) Goddelijke of ook Kerkelijke voorschriften of
geboden, welker overtreding bloot eene beleediging van
den Wetgever is, en bij gevolg door denzelven ook,
op grond van een rouvraioedig verzoek, weder verge-
ven en ongestraft gelaten wordt.
Zulk eene bedenkelijke denkwijze, die, helaas! [zich
dikwerf zeer luide laat hooren, moet onder dc men-