Boekgegevens
Titel: Het lager onderwijs in betrekking tot de staatsinrigting: eene beoordelende beschouwing van het tegenwoordige onderwijs ...: staatslieden ter overweging, onderwijzers ter behartiging aanbevolen
Auteur: Graser, Johann Baptist
Uitgave: Leyden: D. du Mortier en zoon, 1844
Opmerking: Vert. van: Das Verhältniss der Elementarschule zur Politik der Zeit
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1169 D 21
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204333
Onderwerp: Onderwijs: onderwijssystemen, onderwijsinstellingen: algemeen
Trefwoord: Onderwijsstelsels, Lager onderwijs, Staat (politicologie)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het lager onderwijs in betrekking tot de staatsinrigting: eene beoordelende beschouwing van het tegenwoordige onderwijs ...: staatslieden ter overweging, onderwijzers ter behartiging aanbevolen
Vorige scan Volgende scanScanned page
.225
Men houtle wel in het oog, dat in het tweede le-
venstijdperk al deze kundigheden nog onder een gods-
dienstig oogpunt worden voorgesteld, weshalve zij eerst
dan ook eenen bijzonder nut doenden invloed verkrijgen.
§. 181.
Onder de erbarmelijkste takken van dat verlichtings-
onderwijs voor de kennis der natuur behoort het on-
derrigt in de aardrijkskunde, doordien het of met de
verdeeling der aarde begint, vervolgens tot het voor-
leggen der kaarten overgaat, of met de geographische
kennis van het eigen Vaderland het begin maakt.
Baarbij merken wij nu geen bepaald denkbeeld op
aangaande het doel van die kundigheid, en nog min-
der aangaande het allereerste en laagste begin daarvan,
en het allerminst aangaande den eersten aanleg eener
kaart en de beteekenis van de aardrijkskuudige beel-
den. Volgens het beginsel cn deu gang van de ware
methode van onderwijs, moet echter de geographische
kennis, als ware het, uit het tot zelfbewustheid ko-
mend leven natuurlijk voortvloeijen, en wel ten voor-
schijn geroepen door de gedachte, dat, bij eene wel-
geordende zamenleving, elk lid dier vereeniging de ge-
meenschappelijke woonplaats behoort te kennen, en hij
er zich dc naauwkeurigste kennis van verschaft, wan-
neer hij daarvan voor zich zeiven eene teekening ontwerpt.
Zoo ontstaan dau de aanvangspunten van eene kaart
door de afteekeniug van het inwendige van een huis,
welke op den volgenden trap tot eene topographische van
de woonplaats, en op den derden meer volkomen tot
eene geograpische kaart van het District of Arrondisse-
ment ontwikkeld wordt, — alles door den leerling zelf-
werkend tot stand gebragt.