Boekgegevens
Titel: Het lager onderwijs in betrekking tot de staatsinrigting: eene beoordelende beschouwing van het tegenwoordige onderwijs ...: staatslieden ter overweging, onderwijzers ter behartiging aanbevolen
Auteur: Graser, Johann Baptist
Uitgave: Leyden: D. du Mortier en zoon, 1844
Opmerking: Vert. van: Das Verhältniss der Elementarschule zur Politik der Zeit
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1169 D 21
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204333
Onderwerp: Onderwijs: onderwijssystemen, onderwijsinstellingen: algemeen
Trefwoord: Onderwijsstelsels, Lager onderwijs, Staat (politicologie)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het lager onderwijs in betrekking tot de staatsinrigting: eene beoordelende beschouwing van het tegenwoordige onderwijs ...: staatslieden ter overweging, onderwijzers ter behartiging aanbevolen
Vorige scan Volgende scanScanned page
.220
Tan dezen noodwendigen vorm, waarin zich het leven
voordoet, is verloren, cn derhalve zijn ook de natuur-
lige Toorstelling, dat het geloof onder deze ojiderstelling zal
verloren gaan , en dat daarop alle stellige Godsdienst, of wel het
Christendom, berust! Neen, het ware, levendige, vruchtdra^
gende geloof lal alleen, door het onderwijs op deze wijze,
door middel van de ware methode van onderwijs, ie beginnen ,
bevestigd en verlevendigd wordenj maar hel geloof, dat gij
begeert, en als voorwaarde van de Godsdienst verlangt, is
een geloof, dat hoofdzakelijk in woorden bestaat, en de lee-
ringen, voor welke gij het vraagt, slaan, zonder deze toebe-
reiding van den grond, in dezelfde verhouding als burgerlijke
wetsbepalingen; zij worden aangenomen en gevolgd, wijl het
zoo gevorderd, en in bet tegenovergestelde geval de straf ge-
vreesd wordt. Even zoo staat het geschapen met het woorden-
geloof; de mensch spreekt bij de voorgedragene leerstellingen
gedwee het woord: ik geloof y dat enz. j maar hij weet,
denkt en gevoelt niet, "wat hij zegt.
Zulk een geloof heeft slechts duurzaamheid en invloed,
zoo lang bet uit vromen eerbied voortkomt, en deze niet door
invloed van buiten wordt weggenomen. Zulk een geloof ech-
ter, als wij behooren te wenschen, en cnnisrcs zelf verlangt,
moet in den grond op een inzigt berusten, dathoe klaar-
der het wordt, het geloof zelf des te levendiger en werk-
dadiger maakt. Uet is dat inzigt, waarop de Heiland, bij
de opwekking, om aan Hem te gelooven, zich verliet, te
weten de natuurlijke menschelijke beoordeeling., door raiddel
van welke de mensch , met de vrome gedachten aan God,
JEZDS daden , Zijn leven en Zijne onderwijzingen overwegen-
de , noodzakelijk moet opmerken , dat het reine geloof aan
Hem vaste wortelen bij hem heeft geschoten, ölaar het is
hier de plaals niet daar verder over uit te weiden. Verge-
lijk: Erster Kindesxinterricht in der Religion,