Boekgegevens
Titel: Het lager onderwijs in betrekking tot de staatsinrigting: eene beoordelende beschouwing van het tegenwoordige onderwijs ...: staatslieden ter overweging, onderwijzers ter behartiging aanbevolen
Auteur: Graser, Johann Baptist
Uitgave: Leyden: D. du Mortier en zoon, 1844
Opmerking: Vert. van: Das Verhältniss der Elementarschule zur Politik der Zeit
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1169 D 21
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204333
Onderwerp: Onderwijs: onderwijssystemen, onderwijsinstellingen: algemeen
Trefwoord: Onderwijsstelsels, Lager onderwijs, Staat (politicologie)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het lager onderwijs in betrekking tot de staatsinrigting: eene beoordelende beschouwing van het tegenwoordige onderwijs ...: staatslieden ter overweging, onderwijzers ter behartiging aanbevolen
Vorige scan Volgende scanScanned page
.217
Volgens dc beginselen der onderrigts - wijze, dat de
mensch slechts dan eerst in waarheid kennis verkrijgt,
wanneer hij ze zelfwerkend in zich opneemt, legt de
methode het er op toe, dat de leerling door zich
zelven de kennis van het ware menschelijke leven,
namelijk het leven in gemeenschap, zich eigen make.
Dan, terwijl de bewustheid bestaat, dat de leerling
van dezen ouderdom, en van den bedoelden graad van
ontwikkeling, in de eerste plaats enkel stuksgewijze,
en ten andere slechts aanschouwelijk deze kennis kan
bevatten en zich eigen maken, streeft de school naar
het doel, om het beeld van zulk een leven in al des-
zelfs betrekkingen en voorwaarden tot aanschouwing te
brengen. Dit aanschouwelijk op te vatten beeld is het
familie - leven.
Het ware begin van het aanvankelijke onderwijs wordt
derhalve gemaakt met de aanschouwelijke kennis van
het familie - leven.
§. 172.
Nademaal de algeheelheid der levenskennis, zoo wel
wat de physieke als de morele voorwaarden betreft,
door deze leerlingen niet dan bij gedeelten kan wor-
den opgenomen; zoo behoort de methode van het aan-
vankelijke onderwijs een aanschouwelijk vereenigings -
punt daartoe te bezigen, en dit is de woonplaats van
hen, die te zamen vereenigd leven.
Aan dit aanschouwelijke middelpunt knoopt de metho.
de de regtstreeksch aanschouwelijke physieke, en de
middellijk aanschouwelijke moréle kennissen aan, op-
dat de eerste, te weten de physieke, den leerling niet
zouden verstrooijen, en deze, de moréle, als ware
het, op de tnsschen de zinnelijke aauschonwing van
16-^