Boekgegevens
Titel: Het lager onderwijs in betrekking tot de staatsinrigting: eene beoordelende beschouwing van het tegenwoordige onderwijs ...: staatslieden ter overweging, onderwijzers ter behartiging aanbevolen
Auteur: Graser, Johann Baptist
Uitgave: Leyden: D. du Mortier en zoon, 1844
Opmerking: Vert. van: Das Verhältniss der Elementarschule zur Politik der Zeit
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1169 D 21
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204333
Onderwerp: Onderwijs: onderwijssystemen, onderwijsinstellingen: algemeen
Trefwoord: Onderwijsstelsels, Lager onderwijs, Staat (politicologie)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het lager onderwijs in betrekking tot de staatsinrigting: eene beoordelende beschouwing van het tegenwoordige onderwijs ...: staatslieden ter overweging, onderwijzers ter behartiging aanbevolen
Vorige scan Volgende scanScanned page
.216
Bestaat nu het geval, dat leerlingen uit eenen kring
komen, in welken zij eene verkeerde en voor den
tegenwoordigen tijd sehadelijke denk- en handelwijze
opdoen (1), dan is het gevaar nog van erger' aard (2).
§. 171.
Wanneer de methode van het aanvankelijk onder-
>vijs haar veld genoegzaam heeft leeren kennen en be-
hoorlijk heeft toebereid, dan is het van nu af aan
haar pligt, er naar te streven, om de kennis van
het ware menschenleven in het gemoed des leerlings
als eene ster, die zijne wereld in waarheid voor hem
verlicht, te laten opgaan, en dit licht gestadig hoo-
ger te doen rijzen.
Dit licht is het idéé van het organisch leven in gC'
meenschap; want het verderf des menschen is gelegen
in de — zucht om voor zich zelven te willen leven.
Uit deze zucht ontspruiten alle onzedelijke begeerten,
gezindheden, misstappen en ondeugden, in verschillen-
de opzigten.
(1) Dit is, helaas ! het geval in huisgezinnen, in welke
men gewoon is , ook in bijwezen der kinderen, zonder na-
denken , over Staatsinrigtingen , Wetten, Verordeningen cn
Staatsdienaars berispend en lasterend te spreken.
(2) Meer dan één onderwijzer zal mij hier te gemoet voe-
ren , —• dat zij hun schoolonderwijs ook niet zoo plompver-
loren met het onderwijzen beginnen, maar zich met den
nieuw opgenomen' leerling over zijn leven , zijn doen en
laten, onderhouden. Toestemmende, dat zij zulks doen, dan
rijst toch de vraag op, of hunne handelwijze len deze meer
is dan — een voorbijgaand onderhoud met den leerling ? —
Is daarmede aan de hier behandelde vordering voldaan ?
ja , IS aan dexdve daarbij wd eens gedacht?