Boekgegevens
Titel: Het lager onderwijs in betrekking tot de staatsinrigting: eene beoordelende beschouwing van het tegenwoordige onderwijs ...: staatslieden ter overweging, onderwijzers ter behartiging aanbevolen
Auteur: Graser, Johann Baptist
Uitgave: Leyden: D. du Mortier en zoon, 1844
Opmerking: Vert. van: Das Verhältniss der Elementarschule zur Politik der Zeit
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1169 D 21
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204333
Onderwerp: Onderwijs: onderwijssystemen, onderwijsinstellingen: algemeen
Trefwoord: Onderwijsstelsels, Lager onderwijs, Staat (politicologie)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het lager onderwijs in betrekking tot de staatsinrigting: eene beoordelende beschouwing van het tegenwoordige onderwijs ...: staatslieden ter overweging, onderwijzers ter behartiging aanbevolen
Vorige scan Volgende scanScanned page
2ilf
uoodiakelijk aannemen, omdat, juist uit hoofde van de
zedehjke zwakheid der menschelijke natuur, het leven
in 't algemeen zich zeiven nog de ware rigting niet
heeft gegeven, behalve dan, wanneer het door tucht
en bijzonder gunstige opvoedingsregelen is geleid ge-
worden.
§. 170.
De eerste zorg van de methode voor het aanvanke-
lijk (elementair) onderwijs bestaat alzoo daarin, om
dit voorafgegane leven van iederen leerling tc leeren
kennen, onjuiste begrippen tot juistheid te brengen,
duistere voorstellingen op te helderen, verkeerde oor-
deelen en schadelijke vooroordeelen uit te roeijen, en op
zulk eenen gesehikteren en effen gemaakten bodem
het zaad der ware kennis uit te strooijen, of liever,
het reeds in den grond der ziel voorhandcne tot ont-
luiken op te wekken en deszelfs ontkieming te bevor-
deren. (De kleine - kinderscholen verkrijgen naar deze
grondstellingen de gezigtspunten voor hare werkzaam-
heid. )
Wordt deze heilzame handelwijze verwaarloosd, gelijk
in het tot dus verre gegevene onderwijs geschiedt, dan
is van het toekomstige onderwijs voor het welzijn van
het leven niet alleen geen voordeel te hopen, maar
er zijn veeleer niet dan ongunstige gevolgen van die
verwaarloozing, inzonderheid voor het groot belang,
dat wij op het oog hebben, te verwachten; want wij
moeten wel bedenken, dat het tot hiertoe niet behoor"
lijk gerigte leven, wanneer er geen acht op wordt ge-
slagen, met den toenemenden leeftijd in den verkeerden
plooi bevestigd en verhard wordt, en uit dien hoofde
in het vervolg veel bezwaarlijker teregt te brengen is.
16