Boekgegevens
Titel: Het lager onderwijs in betrekking tot de staatsinrigting: eene beoordelende beschouwing van het tegenwoordige onderwijs ...: staatslieden ter overweging, onderwijzers ter behartiging aanbevolen
Auteur: Graser, Johann Baptist
Uitgave: Leyden: D. du Mortier en zoon, 1844
Opmerking: Vert. van: Das Verhältniss der Elementarschule zur Politik der Zeit
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1169 D 21
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204333
Onderwerp: Onderwijs: onderwijssystemen, onderwijsinstellingen: algemeen
Trefwoord: Onderwijsstelsels, Lager onderwijs, Staat (politicologie)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het lager onderwijs in betrekking tot de staatsinrigting: eene beoordelende beschouwing van het tegenwoordige onderwijs ...: staatslieden ter overweging, onderwijzers ter behartiging aanbevolen
Vorige scan Volgende scanScanned page
.212
re taak eerst dan beginnen, wanneer bij den voor het
onderwijs op te nemen' leerling het spraakvermogen ge-
noegzaam ontwikkeld, en hij de taal eenigzins magtig
is, in welken men zich met hem moet onderhonden;
en dit tijdpunt wordt in den regel met het begin van
het zesde jaar aangenomen (1).
h.) Nademaal de bedoelde leerwijze steeds het men-
schelijke kenvermogen te baat neemt, zoo moet zij zich
in hare werkzaamheid naar de dtie trappen, langs welke
zich het kenvermogen natuurlijk ontwikkelt, als drie
afdeelingen in het onderwijs, rigten en gaandeweg op-
klimmen.
Van deze vaste gezigtspunten uitgaande, vangt nu de
methode van onderwijs hare bezigheid aan, terwijl zij
haren aangenomen' gang op hare leerlingen toepast,
denzelven tot op het einde vau de twee voor het
onderrigt bestemde tijdvakken van het leven voortzet,
en zich alzoo werkdadig betoont als aanvankelijke en
zakelijke onderwijs - methode. (Elementarnnterrichts - und
Realunterrichts • Methode).
§. 168.
Volgens de tot hiertoe gemaakte opmerkingen, om-
vat de methode van het aanvankelijke onderwijs geheel
het onderwijs nopens het leven in een bepaald tijd-
vak, te weten dat, waarin de leerling, als ware
het, enkel voor het ondeneijs leeft (de lagere- of aan-
vang» • school), en laat dat, waarin het ondeneijs eene
(1) Zie Over de ouderdoms-perioden: Diviniliit , oihr
ilas Prinzip der einzig wahren Erziehung.